Het azM is in 1982 met niertransplantaties gestart. Behalve het azM zijn er
zeven andere universitaire klinieken in Nederland waar niertransplantaties
plaatsvinden. Niertransplantatie is teamwerk, waarbij nauw wordt
samengewerkt tussen onder anderen nefrologen, chirurgen en
transplantatie-immunologen. Nefroloog Maarten Christiaans: "Qua aantallen
is Maastricht met ongeveer 70 niertransplantaties per jaar een middelgrote
kliniek in Nederland. De aantallen staan in verhouding tot de grootte van
ons adherentiegebied (± 1,1 miljoen mensen).
Van groter belang is dat de uitkomsten van de transplantaties in Maastricht
goed zijn." Maastricht heeft een voortrekkersrol in het transplanteren van
nierpatiënten met een verhoogd risico en in het gebruik van suboptimale -
dus kwalitatief mindere - donornieren. Desondanks zijn de resultaten qua
niertransplantaatoverleving in Maastricht gelijkwaardig aan die van andere
klinieken Nederland.
Afweeronderdrukkend
Na een niertransplantatie moeten
ontvangers levenslang afweeronderdrukkende medicijnen (immunosuppressiva)
gebruiken om afstoting van het donororgaan te voorkomen. Dit gaat echter
gepaard met bijwerkingen zoals een verhoogde kans op infecties en op
sommige kwaadaardigheden. Maastrichtse patiënten gebruiken in het algemeen
minder van deze immunosuppressiva, hetgeen gunstig is voor hun kwaliteit
van leven.
Wachtlijst
Helaas overlijden er nog steeds
nierpatiënten op de wachtlijst. De gemiddelde wachttijd voor transplantatie
van een nier van een overleden donor is in Nederland momenteel vier jaar.
In deze vier jaar overlijdt 30 procent van de nierpatiënten op die
wachtlijst. Daarom wordt, indien mogelijk, in toenemende mate
gebruikgemaakt van nieren van gezonde mensen die bij leven donoren.
Hierdoor is het mogelijk om te transplanteren voordat een patiënt moet
starten met dialyse. Deze zogenaamde levende-donorniertransplantaties
beslaan momenteel 50% van alle niertransplantaties. Niet alleen
familieleden maar ook partners en vrienden kunnen doneren (zogenaamde
onverwante donoren). Met name het aandeel "onverwante nierdonatie" is het
afgelopen decennium gegroeid. Helaas is niet voor iedereen een levende
nierdonor beschikbaar en is levende donatie bijvoorbeeld niet mogelijk bij
andere orgaantransplantaties zoals hart en alvleesklier, en is het veel
problematischer bij lever- en longtransplantatie. Deze patiënten zijn
aangewezen op organen van overleden donoren.
Oproep
Christiaans verduidelijkt: "Het aantal
(postmortale) orgaandonoren in Nederland is relatief gering. Dat heeft
onder meer te maken met het systeem van orgaandonatie. In België is de
wachtlijst voor niertransplantatie veel korter. Dat komt mede door het daar
gehanteerde principe voor donatie bij overlijden van 'ja, tenzij': Iedereen
is in België orgaandonor, tenzij hij of zij heeft aangegeven dat niet te
willen. In Nederland is dat net andersom. Hier ben je geen donor, tenzij je
zelf hiervoor via het donorregister (www.donorregister.nl) of donorcodicil
toestemming hebt gegeven, dan wel dat je dat hebt overgelaten aan je
nabestaanden en dat zij toestemming hebben gegeven. Helaas hebben de meeste
Nederlanders zich niet laten registreren dan wel hebben ze geen keuze
gemaakt en moet aan de nabestaanden om toestemming worden gevraagd. De
praktijk leert dat in de meerderheid van die gevallen toestemming wordt
geweigerd."
Registreren als donor?
Zie www.jaofnee.nl of www.donorregister.nl