Typerend is dat de problematiek van de kinderen vaak als restproblematiek
optreedt nadat organisch lijden succesvol, dan wel maximaal behandeld is.
Psychologische aspecten van de eetproblematiek komen dan nadrukkelijker op
de voorgrond te staan wat spontaan herstel belemmert. Voedselfobische
klachten, voedselaversie, selectieve en totale voedselweigering kunnen het
gevolg zijn.
Een tweede groeiende groep patiëntjes zijn de kinderen met (morbide)
obesitas. Organisch lijden als oorzaak is hier in mindere mate aan de orde.
Genetische, sociaal-maatschappelijke en psychologische aspecten spelen
hierbij een rol.
De benadering van de eetproblematiek vindt plaats vanuit een
multidisciplinair kader: een samenwerkingsverband tussen
kinderpsychiatrie/psychologie, kindergeneeskunde, pre-logopedie (SST) en
diëtetiek. Eetproblematiek wordt vanuit de diverse disciplines benaderd en
aan de hand van een systematisch onderzoeksprotocol in kaart gezet. Na
multidisciplinaire afstemming wordt er bij deze doelgroep meestal een
behandelindicatie gesteld.
Afhankelijk van de aard en ernst van de problematiek kan behandeling van
eetproblemen klinisch of poliklinisch gebeuren, of vindt er bij intensieve
behandeling doorverwijzing plaats naar een gespecialiseerd centrum m.b.t.
eetproblemen.
Doorverwijzing naar het pediatrisch eetteam kan enkel geschieden via de
eigen kinderarts, en of soms ook door de eigen kinderpsychiater. De
aanmelding wordt binnen het eetteam besproken en dossieranalyse volgt om te
komen tot een goede probleemdefiniëring. Vervolgens vindt er een
poliklinische intake plaats met ouders en patiëntje. Hierin vindt een
nadere screening van de eetproblematiek plaats alsmede een taxatie van de
ernst van de problematiek voor het totale gezinssysteem. Vaak zal er ook
aan de ouders gevraagd worden om video - of dvd-opnames te maken van de eet
sessies/ maaltijden thuis, en deze aan ons te verstrekken opdat wij deze
rustig en multidisciplinair kunnen beoordelen.
Alle aspecten worden mee gewogen bij de behandelindicatie en advisering.
Een belangrijke reden om vervolging via het eetteam niet te laten plaats
vinden is een lichamelijk aandoening die toch contra-productief blijkt te
zijn voor een gedragstherapeutische behandeling van de
eetproblematiek.
Rapportage aan de verwijzer vindt plaats nadat het eetteam tot een
behandeladvies is gekomen en/of tot de conclusie is gekomen geen hulp
aanbod te kunnen bieden voor de problematiek. Advies voor verdere
hulpverlening of doorverwijzing is dan aan de orde.
Ouders zullen eveneens van deze bevindingen per brief op de hoogte worden
gesteld.
Bij doorverwijzing naar een gespecialiseerd centrum, blijft het eetteam
betrokken. Zij ontvangen de rapportage van de behandeling waarna in een
follow-up bespreking de consultatie beëindigd kan worden.
Voor meer info: petra.wiegel@mumc.nl
Telefoon nummer: 043 - 387
7499
Zie ook onze folder "Pediatrisch eetteam".
Coördinatie:
drs. E. Dumont, orthopedagoog / eettrainer.