De informatie die nu volgt over de eetstoornissen en hun symptomen is meer
bedoeld om een beter idee te krijgen of u eetstoornissen heeft waarbij u
hulp nodig heeft of dat dit niet het geval is.
Er zijn twee fouten die je hier kunt maken:
Uit bezorgdheid te snel denken dat het helemaal mis is wat het eten betreft
en dat er sprake is van een eetstoornis, terwijl iemand alleen maar
tijdelijk wat fanatiek aan het lijnen is of de laatste tijd wel erg veel
snoept en dergelijke. Deze fout wordt meestal door de ouders of de partner
gemaakt. Een ongerust makend artikel of TV programma kan hierbij de
aanleiding zijn.
Te lang blijven denken dat er niks aan de hand is of dat het meevalt en
vanzelf wel zal overgaan, terwijl de eetstoornis steeds maar ernstiger
wordt. Deze fout wordt meestal door de patiënt zelf gemaakt.
Er zijn drie verschillende eetstoornissen, anorexia nervosa, bulimia
nervosa en de eetstoornis NAO (niet anders omschreven). Hieronder volgt
meer informatie over elk van deze eetstoornissen.
ANOREXIA NERVOSA
Anorexia nervosa is meer dan alleen maar dun zijn en /of veel met lijnen
bezig zijn. Om de diagnose te kunnen stellen moet iemand aan de volgende
criteria voldoen:
- Er is sprake van een weigering om het gewicht op of boven een minimaal
normaal gewicht te handhaven.
- Dit 'minimaal normale' gewicht wordt gedefinieerd als tenminste 85% van
het gewicht dat voor de lengte nog normaal, gezond is. Bij jeugdigen die
nog in de groei zijn, wordt rekening gehouden met lengte en leeftijd.
- Deze "weigering om het gewicht op of boven een minimaal normaal gewicht
te houden" hangt meestal samen met de angst om bij te komen of om dik te
worden, alhoewel er sprake is van ondergewicht.
- Een deel van de anorexia patiënten valt vooral af door te lijnen,
vasten of veel lichaamsbeweging te doen.
- Andere anorexia patiënten hebben naast het lijnen, veel bewegen en
vasten ook regelmatig eetbuien. Na zo'n eetbui gaat men dan vaak
laxeermiddelen gebruiken of braken.
- Verder is er een verstoorde lichaamsbeleving. Dit kan zich op
verschillende manieren uiten, zoals: men ervaart het eigen lichaam als
dikker of zwaarder dan het in werkelijk is, men voelt zich pas de moeite
waard als men heel dun is en een laag gewicht heeft, of men ontkent dat het
ondergewicht dat men heeft schadelijk is voor de eigen gezondheid ("met mij
is niks aan de hand", "jullie maken je zorgen om niks").
Tenslotte geldt dat er pas de diagnose anorexia nervosa mag worden gesteld
bij meisjes/vrouwen in de vruchtbare leeftijd wanneer de menstruatie is
opgehouden en tenminste drie opeenvolgende keren weggebleven is.
Een diagnostisch probleem hierbij is, dat onttrekkingsbloedingen ten
gevolge van pilgebruik blijven optreden, ook bij ernstig ondergewicht.
Wanneer iemand de pil gebruikt, dan geldt dit menstruatiecriterium dus niet
en is de redenering "Ik heb geen anorexia, want ik menstrueer nog" niet
geldig.
BULIMIA NERVOSA
Bij bulimia nervosa is het gewicht van de patiënt meestal niet afwijkend.
Aan het uiterlijk kun je dus niet zien of iemand bulimia heeft. De diagnose
bulimia nervosa wordt gesteld wanneer men voldoet aan de volgende criteria:
- Men heeft regelmatig eetbuien. Een eetbui wordt hierbij als volgt
gedefinieerd: men eet in een vrij korte tijd (bijvoorbeeld binnen twee uur)
een hoeveelheid voedsel die flink wat groter is dan wat de meeste mensen in
dezelfde tijd en onder dezelfde omstandigheden zouden eten, en men ervaart
bovendien controleverlies over de hoeveelheid die men eet tijdens zo'n
eetbui.
- Verder doet iemand die aan bulimia lijdt regelmatig aan ongezonde en
ongewenste pogingen om gewichtstoename te verhinderen. Hiermee bedoelen we
zelfopgewekt braken, laxeren, vasten, overmatig sporten en dergelijke. Met
"regelmatig" wordt hierboven het volgende bedoeld: De eetbuien en de
pogingen om gewichtstoename te verhinderen, vinden beide gemiddeld
tenminste twee keer per week gedurende tenminste drie maanden plaats.
- Verder hangt de zelfbeoordeling en de eigenwaarde buiten proportie veel
af van hoe het lichaam eruit ziet en hoeveel men weegt.
EETSTOORNIS NAO (NIET ANDERS OMSCHREVEN)
Deze categorie is bedoeld om eetstoornissen te kunnen classificeren die
niet voldoen aan de criteria voor anorexia of bulimia nervosa, maar die
toch behandeling nodig hebben.
In de praktijk is al gauw gebleken dat deze categorie eigenlijk te vaag is
om er goed mee te kunnen werken. De klachten van deze groep mensen met
eetstoornissen zijn daarvoor te verschillend. Op den duur is men daarom
toch onderscheid gaan maken binnen deze categorie en begon men
noodgedwongen het "niet anders omschreven" toch te omschrijven.
In de praktijk onderscheidt men 3 types:
- De eetstoornis NAO anorectiform
Hierbij heeft de patiënt niet voldoende symptomen voor de diagnose
anorexia, bijvoorbeeld: men voldoet aan alle criteria voor anorexia,
maar men menstrueert nog steeds, of: het ondergewicht is op moment van
onderzoek minder dan 15%
- De eetstoornis NAO buliform
Hierbij heeft de patiënt onvoldoende symptomen om aan de diagnose
bulimia te voldoen, bijvoorbeeld: de duur is korter dan 3 maanden, de
vreetbuien en/of het gewichtsregulerende gedrag vindt niet vaak genoeg
plaats om de diagnose te kunnen stellen.
- De eetbuistoornis
Bij deze eetstoornis is er sprake van regelmatige eetbuien, zonder dat
er gebraakt, gelijnd of gelaxeerd wordt. Men eet vaak sneller dan
normaal tijdens zo'n eetbui, men eet vaak in z'n eentje omdat men zich
over de eetbuien schaamt. Na zo'n eetbui voelt men zich vaak ellendig
en heeft men een hekel aan zich zelf. Omdat men gewoonlijk niet aan
lijnen, vasten of laxeren doet, hebben deze patiënten meestal
overgewicht.
Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa (SABN):
patiëntenvereniging
Bijkomende problematiek
Een eetstoornis komt vrijwel nooit alleen. Gewoonlijk is er ook sprake van
nog andere psychische problemen, psychiatrische aandoeningen of
persoonlijkheidsproblematiek.
Vaak is het hierbij moeilijk om uit te maken wat de kip en wat het ei is.
Bij anorexia nervosa met ernstig ondergewicht zijn bovendien vaak ook
cognitieve functies (concentratie, denken, geheugen) aangetast.
Een grondig psychologisch en psychiatrisch onderzoek voor het begin van de
behandeling is daarom belangrijk om de problematiek die naast de
eetstoornis bestaat bij elke patiënt goed in kaart te brengen en om zonodig
de behandeling ook daarop af te stemmen.
In een aantal gevallen is het zo dat de eetstoornis niet naast deze overige
problematiek bestaat, maar daarmee helemaal verweven is. De eetstoornis kan
ook het gevolg zijn van een andere psychische stoornis of een poging zijn
om bepaalde levensproblemen het hoofd te bieden. Een behandeling die alleen
op de eetstoornis gericht is, zal dan meestal weinig succesvol zijn.
In ons ziekenhuis richten wij ons voornamelijk op de behandeling van
anorexia nervosa. Daarom zullen we bij de bespreking van de psychiatrische
problemen die bij eetstoornissen kunnen meespelen aan anorexia extra
aandacht schenken.
Vooral bij anorexia nervosa is gebleken dat een behandeling die zich alleen
maar richt op het eten, op de angst voor gewichtstoename en dergelijke,
meestal weinig effect heeft. Realiseer je daarom dat je wanneer je in
behandeling gaat, in de regel nog veel meer karweien te klaren hebt dan
alleen maar het ondergewicht opheffen en beter met eten leren om te gaan.
Psychiatrische stoornissen die vaak naast de anorexia bij een patiënt
voorkomen, liggen voornamelijk op het gebied van angst- en paniekklachten
en depressie.
Bij een deel van de anorexia patiënten lijkt de depressieve problematiek
voor een groot deel het gevolg van het ondergewicht te zijn. Vaak klaart
deze op wanneer het gewicht herstelt. Bij een ander deel van de patiënten
blijven de depressieve klachten bestaan en vergen ze aparte behandeling.
Problemen bij de ontwikkeling van een volwassen, gezonde en gelukkige
persoonlijkheid komen vaak bij eetstoornissen voor, vooral bij anorexia
nervosa. Een lage zelfwaardering, zich al langere tijd ongelukkig voelen,
onzekerheid en gebrek aan zelfvertrouwen zijn allemaal dingen die je vaak
ziet bij mensen met eetstoornissen.
Bij anorexia nervosa patiënten die niet braken of laxeren, en hun
gewichtsafname bijna helemaal bereiken door minder te eten, ziet we vaak
afhankelijke en dwangmatige persoonlijkheidstrekken. Vaak zijn ze ook
introvert, overaangepast, perfectionistisch en uiten ze hun gevoelens
moeilijk.
Bij bulimia nervosa en bij anorexia patiënten die wel regelmatig braken
en/of laxeren zien we vaker dat ze moeite hebben met het in bedwang houden
van hun gevoelens of hun gedrag wanneer ze emotioneel zijn. Wanneer deze
patiënten het moeilijk hebben, dan raken ze vaker in paniek, doen aan
polsen krassen, krijgen emotionele uitbarstingen en dergelijke.
Behandeling
De unit Eetstoornissen van de RVE GGZ van
het azM is er voor onderzoek (diagnostiek), indicatiestelling, second
opinion en behandeladvies van alle eetstoornissen.
Wat betreft de behandeling is de unit gespecialiseerd in de behandeling van
'anorexia nervosa' en de varianten daarvan. Voor de behandeling van
'bulimia nervosa' en 'eetbuistoornis' (ofwel Binge Eating Disorder) werkt
de unit Eetstoornissen al sinds 1996 samen met de RIAGG (Regionaal
Instituut voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg) Maastricht. Dit houdt
in dat patiënten met bulimia nervosa worden doorverwezen naar een
RIAGG-team dat is gespecialiseerd in de behandeling van deze
eetstoornis.
Wat betreft de eetbuistoornis zijn er behandelmogelijkheden zowel in het
ziekenhuis - groepstherapie - als bij het RIAGG - individuele
therapie.
De unit Eetstoornissen staat niet alleen open voor volwassenen maar ook
voor adolescenten. Hierbij wordt in principe een ondergrens van 16 jaar
gehanteerd. Bij 15-jarigen wordt een individuele inschatting gedaan over de
haalbaarheid van behandeling binnen onze setting.
De reden voor toelating van patiënten jonger dan 18 jaar in een instelling
die voor volwassenen bedoeld is, is dat eetstoornissen meestal tussen 15 en
19 jaar beginnen en de behandeling ervan vaak enkele jaren of zelfs meer in
beslag kan nemen. Het verlagen van de leeftijdsgrens bevordert dan de
mogelijkheid tot continuïteit van behandeling.
Per jaar varieert het nieuwe aantal patiënten van de unit Eetstoornissen
van ongeveer 60 tot meer dan 100. Het merendeel van de patiënten die zich
aanmelden, kan poliklinisch worden geholpen. Een minderheid van de
patiënten moet in het ziekenhuis worden opgenomen of heeft een
dagbehandeling nodig. Dit is vooral het geval bij anorexiapatiënten met
psychische en lichamelijke complicaties. Hiervoor zijn 6 bedden
beschikbaar.
Het is niet mogelijk om in het kort de behandeling van anorexia
nervosa precies uit te leggen. Hier worden daarom alleen een globale
richtlijnen over behandelmogelijkheden aangegeven.
Allereerst: Voor de therapie van eetstoornissen bestaat (nog?) geen pil,
die afdoende helpt. De behandeling is daarom vooral psychotherapeutisch
gericht.
Anorexia nervosa is een hardnekkige aandoening waardoor de behandeling
meestal langdurig en intensief is. Bovendien blijkt vaak dat tenminste het
eerste deel van de behandeling klinisch plaatsvindt. Dat wil zeggen dat de
patiënt, met name zolang ze ernstig ondergewicht heeft, opgenomen blijft.
Na de opname is er in het algemeen nog dagbehandeling en poliklinische
behandeling nodig.
In het Academisch Ziekenhuis Maastricht duurt de klinische fase van de
behandeling meestal drie tot zes maanden, de dagbehandeling tien weken en
de daarop volgende poliklinische behandeling meestal een jaar of
meer.
Denk daarom niet dat de anorexia genezen is zodra het gewicht op peil is.
De anorexia in je hoofd is dan meestal nog lang niet verdwenen en het is
dan een hele eenzame strijd wanneer in die periode niemand snapt dat je nog
een moeilijke weg te gaan hebt voordat je echt beter bent. Behalve
psychotherapie is daarom ook begrip en ondersteuning van thuis van belang.
Aanmelding
Voor het maken van een afspraak met de
unit Eetstoornissen belt u met 043-3874120 of neem contact op met dr. F.
Wojciechowski, klinisch psycholoog, 043-3876543 sein 6456.
Preventie
Veel mensen die nauw bij het wel en wee van
eetstoornispatiënten betrokken zijn, vragen zich af of het niet mogelijk is
om te voorkomen dat iemand een eetstoornis krijgt en op welke
manier men in ieder geval eerder in de gaten kan krijgen dat het mis
is.
Hoe langer iemand een eetstoornis heeft die onbehandeld blijft, hoe
moeilijker het meestal is om er vanaf te komen. Gezien dit feit is
vroegtijdige herkenning belangrijk ("secundaire preventie").
Wanneer men deze lijn doortrekt, dan is het natuurlijk het meest ideaal
wanneer men voorkomt dat een eetstoornis ontstaat ("primaire preventie").
Het spreekwoord luidt niet voor niks "Voorkomen is beter dan genezen". Maar
is het wel zo dat elke poging tot voorkomen, tot primaire preventie,
inderdaad zijn doel bereikt?
Helaas laat effectonderzoek van preventieve interventies bij eetstoornissen
tot nu toe vaak teleurstellend weinig positief resultaat zien. Soms is er
zelfs sprake van een averechts effect.
Met name bij primaire interventiepogingen is het gevaar aanwezig om iemand
die 'op de wip' staat, ongewild richting eetstoornis te duwen. Mensen zijn
nu eenmaal beïnvloedbare wezens. Bijvoorbeeld: Wanneer er programma's over
hartaandoeningen of zelfmoord op T.V. uitgezonden worden, dan is er na de
uitzending gewoonlijk een toename van deze problematiek, ongeacht de
strekking van de uitzending.
Zelfs programma's die proberen om mensen duidelijk te maken dat er
bijvoorbeeld andere wegen dan zelfmoord zijn om je problemen op te lossen,
hebben merendeels toch het effect dat deze problematiek in de periode na de
media-aandacht toeneemt.
Bovenstaande geldt voor preventie in het algemeen. Bij eetstoornissen is er
bovendien nog een extra gevaar. Wanneer men preventieve interventies begint
bij patiënten die voor zichzelf of voor de buitenwereld (nog) niet willen
weten dat ze een eetstoornis hebben, dan komt men op zeer glad terrein. De
kans is dan levensgroot dat de eetstoornispatiënten die nog in de 'ik heb
geen probleem' of in de 'wikken en wegen' fases zijn, dan de ontkenning in
schieten, gestoord eetgedrag gaan camoufleren en zich nog verder in de
eetstoornis ingraven.
Zolang het nog onduidelijk is of preventie bij eetstoornissen nou wel of
niet helpt, heeft de polikliniek eetstoornissen van het Academisch
Ziekenhuis daarom nog geen preventieprogramma's voor eetstoornissen. Wij
proberen om wanneer er een eetstoornis is, er zo vroeg mogelijk bij te zijn
en dan gericht hulp te bieden.