Bij inleiding wordt uw bevalling opgewekt op het moment dat de toestand van
uw nog kind goed is en men verwacht dat de baby een normale bevalling kan
doorstaan. Enkele veel voorkomende redenen voor een inleiding zijn
serotiniteit (over tijd zijn), langdurig gebroken vliezen bij een
zwangerschapsduur van meer dan 37 weken, hoge bloeddruk, groeivertraging
van het kind en een verslechtering van het functioneren van de placenta
(moederkoek). Een inleiding zonder medische redenen geeft een hogere kans
op een keizersnede. Daarom wordt zonder medische reden bij
voorkeur niet ingeleid.
Praktische zaken
Bij inleiding van de baring wordt u 's morgens om 8.00 uur op de
verloskamers verwacht. Het is verstandig thuis te ontbijten. U wordt
opgenomen op een zogenaamde 'weeënkamer', waar een CTG (cardiotocogram =
registratie van harttonen van uw kind en weeënactiviteit) wordt gemaakt. Na
ongeveer een half uur voert de gynaecoloog een inwendig onderzoek uit.
Aan de hand hiervan wordt besloten welk soort inleiding voor u het meest
geschikt is. Gedurende de hele ontsluitingsperiode worden er regelmatig
CTG's gemaakt om de conditie van het kind goed in de gaten te houden. Als
de ontsluiting van de baarmoedermond goed vordert wordt u overgebracht naar
een van de verloskamers, waar de bevalling plaatsvindt. Na de bevalling
wordt, net als bij een gewone bevalling, besloten of u naar huis mag of
niet. Dit is afhankelijk van de conditie van uzelf en uw kind.
Het kan soms voorkomen dat vanwege drukte op de verloskamers een
inleiding niet door kan gaan. Dit zal alleen het geval zijn als dit medisch
gezien ook verantwoord is. Over het algemeen zal dit tijdig met u besproken
worden en wordt er direct een nieuwe afspraak gepland.
Verschillende vormen van inleiden van de baring
Welke vorm van inleiden de gynaecoloog kiest, is afhankelijk van de
rijpheid van de baarmoedermond. Dit wordt beoordeeld door de gynaecoloog
tijdens het eerste toucher (inwendig onderzoek). Een toucher kan
vervelend of pijnlijk zijn. Als de baarmoedermond onrijp is (dit wil zeggen
dat de baarmoedermond nog stevig aanvoelt en vaak wat langer is), is er
meestal nog geen ontsluiting (volledige ontsluiting betekent
dat de baarmoedermond 10 centimeter open staat en is een voorwaarde om
vaginaal te bevallen). De gynaecoloog zal dan kiezen voor een zogenaamde
'priming'. De gynaecoloog brengt dan, tijdens hetzelfde toucher,
prostaglandines in de vagina of baarmoedermond. Prostaglandines zijn
hormonen die de rijpheid van de baarmoedermond bevorderen. Ze spelen ook
een rol bij het op gang komen van de bevalling. Deze priming moet men
beschouwen als voorbereidend werk op een bevalling. Veel vrouwen bevallen
dus niet op dezelfde dag. Als de bevalling niet op gang komt zal de
gynaecoloog een nieuwe afspraak met u maken voor een tweede poging. Meestal
zit hier een rustdag tussen. Prostaglandines zijn er in de vorm van een gel
of een kleine tampon. De tampon blijft 12 uur zitten, de gel wordt elke
paar uur ingebracht. De keuze voor het soort medicijn hangt van uw
situatie af. De gel is effectiever maar kan ook tot te hevige weeën leiden.
Binnenkort zullen we starten met het gebruik van een nieuw medicijn,
misoprostol. Dit kan zowel in tabletvorm via de mond worden ingenomen of
via de vagina worden ingebracht. Het voordeel van tabletjes via de mond is
dat er minder vaak inwendig onderzoek gedaan hoeft te worden.
Als de baarmoedermond wél rijp is, voelt deze week aan, is ze meestal wat
korter en is er vaak al wat ontsluiting (een tot twee centimeter). De
gynaecoloog kan in dit geval de vliezen breken. Dit betekent dat u over het
algemeen binnen 24 uren bevallen bent. Soms is alleen het breken van de
vliezen genoeg om de weeën op gang te brengen. Als dit het geval is, wordt
er een infuus ingebracht en wordt medicatie (oxytocine) toegediend om de
weeën op te wekken. Na het starten van de inleiding is het verloop van de
bevalling in principe hetzelfde als bij een normale bevalling. De weeën
worden langzaamaan heviger en pijnlijker.