Weeënzwakte
Dit betekent dat de weeën niet sterk genoeg zijn om tot volledige ontsluiting
te komen of om te persen. Via een infuus wordt medicatie toegediend die voor
krachtige weeën zorgen.
Vacuüm of tangverlossing
Wanneer het persen ondanks
krachtige weeën te lang duurt of het kindje aangeeft de bevalling niet langer
te kunnen verdragen
Niet spontaan geboren worden van de placenta
Als na de
geboorte van uw kind de placenta (moederkoek) niet spontaan geboren wordt,
worden extra medicijnen gegeven en wordt voorzichtig aan de navelstreng
getrokken. Als het hiermee niet lukt wordt de placenta op de operatiekamer
verwijderd. Dit gebeurt meestal onder een roesje (zeer lichte
narcose).
Totaal ruptuur
Inscheuren komt vaker voor en kan ter
plekke worden gehecht. Als er een inscheuring optreedt tot aan de anusspier
wordt dit door de gynaecoloog meestal op de operatiekamer
gehecht.
Meconium houdend vruchtwater
Bij het breken van de vliezen blijkt uw kindje in het vruchtwater te hebben
gepoept. Dit geeft een groene verkleuring van het vruchtwater. Het kan een
teken zijn dat het kindje in nood is, maar dit hoeft zeker niet altijd het
geval te zijn. Wel is het een reden om het kind extra te bewaken door middel
van een CTG (registratie van harttonen van het kind)
Foetale nood
Als tijdens de bevalling de harttonen van uw kind veranderen kan het zijn dat
uw kind zuurstofgebrek dreigt te krijgen. Soms is het een reden om extra
onderzoek te doen via een microbloed onderzoek. Hiermee wordt een druppeltje
bloed afgenomen van het kindje (via het hoofdje) en het zuurstof en
zuurgehalte bepaald. Soms is het nodig om het kindje direct geboren te laten
worden. Afhankelijk van de situatie zal de gynaecoloog kiezen voor een vacuüm-
of tangverlossing of een keizersnede.