Wanneer neemt u contact op?
1. Wanneer u langer dan een uur, iedere vijf
minuten, weeën hebt.
2. Bij vaginaal vochtverlies, anders dan urine
(gebroken vliezen).
3. Bij vaginaal bloedverlies.
4. Bij minder leven voelen (wanneer u de
kindsbewegingen minder goed of niet meer voelt).
5. Bij ongerustheid.
Ons telefoonnummer is 043-387 62 40. U bent dan
rechtstreeks verbonden met de verloskamers. U kunt ook het algemene
ziekenhuisnummer bellen (043-387 65 43) en u laten doorverbinden met de
verloskamers. Bij het eerste contact stelt de verpleegkundige u enige
algemene vragen.
Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?
1. Het ponsplaatje.
2. De verloskundige kaart (niet van toepassing als
u bij de gynaecoloog onder controle bent).
3. Kleding voor uzelf en uw toekomstige kind.
4. Maxi Cosi, of ander veilig vervoermiddel, voor
uw kind.
5. Toiletspullen.
Bij binnenkomst maakt de verpleegkundige eerst een CTG (cardio tocogram).
Dit is de registratie van de harttonen van het kind en de weeënactiviteit.
Ook worden enkele controles uitgevoerd (zoals het meten van uw bloeddruk en
temperatuur) en een korte vragenlijst afgenomen. Daarna wordt u bezocht
door de dienstdoende arts-assistent.
De ontsluitingsperiode brengt u door in de weeënkamer, de bevalling vindt
plaats op de verloskamer. Na de bevalling wordt besloten of u al dan niet
naar huis mag. Dit is afhankelijk van uw conditie en die van uw kind.
Tijdens het verblijf op de verloskamers krijgt u maaltijden aangeboden. De
partner dient zelf voor de maaltijd te zorgen. Het ziekenhuisrestaurant
heeft buiten de reguliere openingstijden een automaat waarin zowel warme
als koude maaltijden zijn te verkrijgen .
Op de verloskamers is er gelegenheid tot overnachten voor de partner. Op de
verpleegafdeling verloskunde is dit mogelijk indien de situatie dit
toestaat. Er zijn vijf éénpersoonskamers waar dit in principe mogelijk is.
Afhankelijk van de situatie op de afdeling, verblijfsduur en (medische)
omstandigheden van u en uw medecliënten kunt u hiervan gebruik maken.