Opname
Bij een geplande keizersnede komt u de dag voor de operatie om 15.00 uur
naar de afdeling verloskunde. De verpleegkundige voert met u een
opnamegesprek waarbij onder andere informatie over de gang van zaken op de
afdeling wordt gegeven. Als u zelf nog vragen heeft kunt u deze op dat
moment stellen. U laat bij de bloedafname bloed prikken, zodat vóór de
operatie een aantal belangrijke bloeduitslagen bekend zijn. Uw bloeddruk,
pols en temperatuur worden gemeten, en er wordt een CTG (registratie van
harttonen van uw kind en weeënactiviteit) gemaakt. De arts-assistent
bekijkt en bespreekt uw medische voorgeschiedenis. Vaak wordt een echo
gemaakt om de ligging van het kind te controleren.
De anesthesist komt de verdoving met u bespreken. Bij voorkeur wordt de
ruggenprik toegepast en geen algehele anesthesie (narcose). Dit houdt in
dat alleen uw onderlichaam wordt verdoofd en dat u tijdens de operatie
gewoon wakker bent. Na deze voorbereidingen brengt u de nacht thuis door. U
krijgt een Microlax (klein klysma ter bevordering van de ontlasting) mee
naar huis. Dit gebruikt u in de avond zodat tijdens de operatie het laatste
deel van uw darm leeg is.
Vóór een operatie mag u tot zes uur voor de geplande ingreep eten en tot
twee uur voor de ingreep helder drinken (geen sinaasappelsap of koffie, wel
thee of ranja). De meeste keizersneden vinden rond negen uur in de ochtend
plaats. Dit betekent dat u tot 3.00 uur 's nachts mag eten en voordat
u naar het ziekenhuis komt nog mag drinken.
De operatie
De dag van de keizersnede meldt u zich, tenzij anders met u is afgesproken,
samen met uw partner om 7.00 uur bij de verloskamers. Er wordt dan weer een
CTG gemaakt, er wordt een infuus ingebracht en u krijgt een urinecatheter.
U mag geen nagellak aanbrengen, make-up dragen of sieraden dragen. Het is
verstandig deze thuis te laten.
Uw partner mag bij de operatie aanwezig zijn. U wordt door een
verpleegkundige van de verloskamers naar de operatieafdeling gebracht. Op
de operatiekamer wordt u aangesloten aan een monitor, waarmee de
anesthesist uw conditie in de gaten houdt. Zodra de ruggenprik is gezet,
krijgt u een warm gevoel in uw benen en billen. U voelt tijdens de operatie
geen pijn, maar u voelt wel dat de arts met u bezig is. Uw partner blijft
bij de verpleegkundige in de voorbereidingskamer wachten, terwijl bij u de
ruggenprik wordt gezet. Als alle voorbereidingen voor anesthesie zijn
getroffen, mag uw partner naast u komen zitten. Op de operatiekamer geldt
als kledingvoorschrift: een muts, een blauw pak en een mondmasker. Er
mag op de operatiekamer niet gefilmd worden, wel gefotografeerd.
De eerste opvang van de baby gebeurt door de verpleegkundige en de
kinderarts in een kamer naast de operatiekamer. Hierna komt de
verpleegkundige nog even met de baby bij u terug op de operatiekamer.
Vervolgens gaan uw baby (in een transportcouveuse) en uw partner naar de
verloskamers. Daar wordt de baby gewogen, de temperatuur gemeten en
aangekleed. Als de baby gezond is komt hij / zij met uw partner naar
de recovery (uitslaapkamer) waar u na de operatie naar toe bent
gebracht.
Het kraambed
Het kraambed na een keizersnede is anders dan na een gewone bevalling omdat
u van een operatie moet herstellen. De dag van de keizersnede blijft u in
bed. De verpleegkundige zal uw pols, bloeddruk, temperatuur en vaginaal
bloedverlies in de gaten houden. Omdat u een buikoperatie heeft gehad,
is het belangrijk dat u aangeeft wanneer u wilt eten. Dan is het ook tijd
voor beschuit met muisjes! Dit mag in principe dezelfde dag, maar niet als
u misselijk bent.
Tegen de pijn wordt eventueel een injectie in de bovenbenen toegediend en
krijgt u paracetamol tabletten of zetpillen. De injecties worden, zodra dit
kan, gestopt. Eventuele paracetamol zetpillen zullen geleidelijk door
tabletten vervangen worden. Ook krijgt u iedere avond een injectie in het
bovenbeen ter voorkoming van trombose. De dag na de operatie wordt uw
blaascatheter verwijderd. Als u dit wenst kunt u onder begeleiding van de
verpleegkundige douchen. Soms wordt besloten u op bed te wassen. Uit bed
komen en lopen zal steeds beter gaan. Als het drinken goed gaat en u niet
misselijk bent, zal ook het infuus verwijderd worden. Over het
algemeen wordt de wond gehecht met oplosbare hechtingen. Een enkele keer is
dit niet het geval en worden een soort nietjes gebruikt. Deze zullen de
achtste dag na de operatie worden verwijderd door de verloskundige of uw
huisarts.
Aan het einde van de opname vindt er een ontslaggesprek plaats. Hierbij
wordt de nodige informatie verstrekt voor de eerste periode thuis. U krijgt
een afspraak mee voor de controle op de polikliniek. Deze vindt na zes
weken plaats. Ook eventuele recepten voor medicijnen worden overhandigd.
Weer thuis
De meest gehoorde klacht is vermoeidheid. Na de eerste weken zult u
geleidelijk weer meer kunnen doen. Zwaar tillen (vuilniszakken, zware
boodschappentassen) wordt de eerste zes weken ontraden, maar gaandeweg
kunnen de activiteiten uitbreid worden (licht huishoudelijk werk). Het
advies van de gynaecologen is om niet in bad te gaan zolang er bloederige
afscheiding is, douchen mag wel.
Het algemene advies is om na een keizersnede 6-12 maanden te wachten met
opnieuw zwanger worden om het litteken goed te laten herstellen. Vaak is
bij een volgend kind geen keizersnede nodig. Of dit wel of niet het geval
is, zal tijdens de nacontrole worden besproken. Wel dient u, na een
keizersnede, in een volgende zwangerschap altijd in het ziekenhuis te
bevallen onder begeleiding van een gynaecoloog.
Meer informatie
Voor meer informatie verwijzen wij u naar de website van
de
Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) of de
Vereniging keizersnede ouders.
Adres Vereniging Keizersnede Ouders:
Contactpersoon P. van Weersel
Contrabas 53
4876 VG Etten-Leur
Tel: 076-503 71 17