© 2008 academisch ziekenhuis Maastricht |Disclaimer |Privacy Policy |Sitemap

Prof. dr. Jan G. Nijhuis

Jan Nijhuis (1952) werkt sedert 1979 binnen het vakgebied obstetrie en gynaecologie. Hij is als vrouwenarts gespecialiseerd in de verloskunde en prenatale diagnostiek, en geregistreerd als perinatoloog. Zijn onderzoek concentreert zich de foetale bewaking (beoordelen van de foetale conditie) en foetaal gedrag.

Door zijn onderzoek en beschrijving van foetale gedragstoestanden (slap/waak toestanden) kreeg hij internationale bekendheid. Zijn onderzoek moet er toe leiden dat we beter begrijpen hoe de foetus “zich voelt” en dat er minder kinderen met zuurstofgebrek worden geboren.
Sedert 1999 is hij hoogleraar verloskunde in het azM, en sedert 2006 hoofd van de afdeling Obstetrie & Gynaecologie van het azM. En sinds 2009 directeur bestuurder van de Resultaat Verantwoordelijke Eenheid (RVE) Erfelijkeheid Voortplanting en het Kind, en de RVE Medisch Interventie Centrum.
Ook landelijk zet hij zich in voor een verbetering van de kwaliteit van de verloskundige zorg en heeft daarom zitting in velerlei commissies. Drie perioden was hij lid van het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG), van 2005-2007 voorzitter.

Hij studeerde geneeskunde aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen van 1970 tot 1979. Tijdens zijn studie was hij student-assistent medische fysiologie. Na een assistentschap chirurgie, gynaecologie en verloskunde begon hij in 1980 in het academisch ziekenhuis St. Radboud met een onderzoek naar “foetaal gedrag. In 1984 promoveerde hij op de beschrijving en definities van foetale gedragstoestanden die internationale erkenning kregen. De registratie tot vrouwenarts volgde in 1987, al in 1986 werd hij aangesteld binnen de staf obstetrie/gynaecologie van het St. Radboud ziekenhuis. In Reading (UK) legde hij zich toe op dierexperimenteel perinatologisch  onderzoek, in het King’s College Hospital te Londen werd hij geschoold in de prenatale diagnostiek.

In het St. Radboud ziekenhuis zette hij de afdeling voor prenatale diagnostiek en therapie op. Daarnaast bouwde hij zijn internationale bekendheid uit door verder onderzoek naar het foetale gedrag, zowel bij de mens als dierexperimenteel; hiervoor ontving hij in 1993 de “De Snoo – van ’t Hoogerhuijs” onderscheiding. In 1994 werd hij benoemd tot UHD obstetrische perinatologie, en in 1995 –na een gedegen managementtraining- tot hoofd verloskunde. Hij publiceerde talrijke artikelen en meerdere boeken (“Fetal Behaviour: Developmental and Perinatal Aspects”; “Compendium Prenatale Zorg”, “Foetale Bewaking” en “Foetale echosopie”). Daarnaast is hij zeer actief binnen het onderwijs aan studenten en assistenten en binnen de Nederlandse Vereniging van Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Zo is hij oud-voorzitter,  initiator van vele NVOG-richtlijnen, en van het “Otterlo-overleg” waarin de Nederlandse perinatologen verenigd zijn, en van de Nederlandse voortgangstoets voor AGIO’s Ob/Gyn.