Prenatale screening kan u geruststellen over de gezondheid van uw kind,
maar het kan u ook ongerust maken en voor moeilijke keuzes stellen. Daarom
krijgt u uitgebreid informatie over de onderzoeken van uw verloskundige,
gynaecoloog of huisarts.
U bepaalt altijd zelf of u een screening wilt laten doen en of u, bij een
ongunstige uitslag, vervolgonderzoek wilt laten doen. U kunt op elk gewenst
moment uit het onderzoek stappen.
Prenatale screening bestaat
uit
1. Counseling: de verloskundige, gynaecoloog
of huisarts geeft in een voorlichtingsgesprek uitleg over prenatale
screening en de onderzoeken die daarbij horen.
2. De combinatietest: onderzoek naar de kans op een kind met
Downsyndroom.
3. Het Structureel Echoscopisch Onderzoek (SEO): onderzoek naar
de kans op een kind met lichamelijke afwijkingen.
4. De follow-up: het in kaart brengen van de betrouwbaarheid van
prenatale screening door de resultaten van de verschillende zwangerschappen
op te tellen.