Normaal gesproken heeft elke cel twee exemplaren van elk chromosoom,
elke cel bevat 23 paar chromosomen. Iemand met Downsyndroom heeft er van
het 21ste chromosoom drie. Eén op de 850 kinderen wordt geboren met het
Downsyndroom. De kans op een kind met Downsyndroom neemt toe als de moeder
ouder is.
Mensen met Downsyndroom hebben een lichte tot ernstige verstandelijke
handicap en een aantal uiterlijke kenmerken. Als kind ontwikkelen ze zich
trager, zowel lichamelijk als verstandelijk. Ook hebben ze vaker
lichamelijke afwijkingen en gezondheidsproblemen. Dit verschilt van persoon
tot persoon.
Tegenwoordig hebben mensen met Downsyndroom een grotere kans op een goede
gezondheid dan vroeger. Ook hun levensverwachting is verbeterd. Verder
hebben mensen met Downsyndroom tegenwoordig meer mogelijkheden om zich te
ontwikkelen.
Voor meer informatie kunt u terecht bij de Stichting Downsyndroom:
www.downsyndroom.nl