Dat betekent dat de Nederlandse burgers goed moeten zijn voorgelicht over
orgaandonatie en registratie. Alleen met voldoende kennis, praten met je
omgeving, kan een bewuste keuze worden gemaakt met betrekking tot
orgaandonatie en kan deze geregistreerd worden in het Donorregister.
Nabestaanden en artsen weten dan welke keuze is gemaakt.
Soorten Donaties en Transplantaties
Er is donatie en transplantatie mogelijk van organen te weten nieren,
longen, lever, hart, alvleesklier en dunne darm. Ook weefsels kunnen worden
getransplanteerd: botweefsel, huid, hoornvlies, bloedvaten, kraakbeen,
pezen en hartkleppen.
Er kan onderscheid worden gemaakt tussen overleden (post-mortale) en
levende donatie/ transplantatie.
Overleden donor
Bij donoren die zijn overleden maken
we een onderscheid in heart-beating en non-heart-beating donoren. Bij de
heart-beating donor is de bloedcirculatie ten tijde van donatie intact. Bij
de non-heart-beating is dit niet het geval omdat er sprake is van een
hartstilstand.
Bij een heart-beating donor is de hersendood vastgesteld en zal de donor
gewoonlijk op een IC afdeling liggen en worden beademd. In zo'n situatie is
er tijd om op een rustige manier met nabestaanden te overleggen of tot
donatie kan worden overgegaan. Er kan door nabestaanden in alle rust
afscheid van de overledene worden genomen.
Een non-heart-beating donor komt normaal binnen op een Eerste Hulp
afdeling. In dit soort situaties klopt ook het hart van een overledene niet
meer. In deze gevallen is hoge spoed noodzakelijk om een donatie procedure
te starten. Er kan vaak niet op de aanwezigheid of een gesprek met de
familie worden gewacht, omdat bij te lang wachten de mogelijk te gebruiken
organen snel afsterven. Naast de voorwaarde om het Donorregister te plegen,
maakt de wet het mogelijk om met voorbereidende handelingen te beginnen
voordat met nabestaanden is gesproken. Voorbereidende handelingen zijn
bijvoorbeeld het inbrengen van katheters. Het gesprek met nabestaanden
vindt dan tijdens deze handelingen plaats. In deze gevallen zal een
afscheid van de overledene zeer snel moeten plaatsvinden.
Sinds 1 oktober 2006 is de Wet Orgaandonatie veranderd. Indien een
overledene met “Ja” in het Donorregister is geregistreerd, dan hoeven de
artsen de nabestaanden alleen nog te informeren en hoeven geen toestemming
te vragen. Er mag dan volgens de wet tot donatie en uitname worden
overgegaan.
Levende donor
Voor levende donatie hoeft men niet te zijn geregistreerd in het
Donorregister. Dit is een zaak die wordt besloten in overleg tussen donor,
ontvanger en de zorgverlener.
Nieren en (delen van) de lever komen in aanmerking voor levende donatie.
Nieren maken ongeveer 80% uit van het totale aantal donaties en
transplantaties. Het aantal levende nierdonaties bedraagt thans ongeveer de
helft van het aantal nierdonaties/ transplantaties.
Als iemand in de familie of kennissenkring een nier of (een deel van) zijn
lever wil afstaan, is dit ook mogelijk. We onderscheiden hier een donatie
van een bloedverwant of niet-bloedverwant. Uiteraard moet degene die een
nier of lever afstaat goed gezond zijn en hij/zij moet een geschikte
bloedgroep hebben. Sinds kort bestaat ook de mogelijkheid voor patiënten
die een levende donor hebben, en waarvan de donor afvalt op basis van het
niet hebben van de juiste bloedgroep en/of het aanwezig zijn van
antistoffen bij de ontvanger, om deel te nemen aan het zogenaamde
landelijke cross-over programma. (Quote: donoren moeten deelnemen aan het
landelijk cross-over programma)
Bij deelname aan dit programma komt men op een landelijke wachtlijst van
donor-ontvanger paren, waarbij ontvangers met elkaar van donor ruilen om op
die manier de kans op (snelle) transplantatie te verhogen. De ontvanger zal
altijd dezelfde pre-transplantatie onderzoeken moeten ondergaan, ongeacht
welke vorm van transplantatie er verricht wordt.
Slagingskansen transplantatie
Er is nog een aantal factoren die het uiteindelijke resultaat van de
transplantatie op korte en lange termijn bepalen:
- Het type donor
- Leeftijd van de donor
- Weefselkenmerk overeenkomsten (match)
- De tijd dat er geen bloedcirculatie in de nier plaatsvond
- Of het verwijderen/implanteren goed is verlopen
- Aanwezigheid van antistoffen
De levensduur van een transplantaat kan erg variëren, gemiddeld acht tot
tien jaar voor een donornier van een overledene en gemiddeld 15 jaar voor
een levende donornier.
Transplantatie vindt plaats tot een leeftijd van ongeveer 75 jaar, maar de
algemene conditie van de patiënt is hierbij een doorslaggevende factor.