© 2010 academisch ziekenhuis Maastricht
|Disclaimer |Privacy Policy |Sitemap

Aanvullende informatie

De Wet Orgaandonatie (WOD) schrijft voor dat het Donorregister moet worden geraadpleegd of een overledene die potentieel donor is, in het register staat ingeschreven en welke keuze is vastgelegd. “Ja, ik wil donor zijn”, “Neen, ik wil geen donor zijn” of “Ik laat de beslissing over aan mijn nabestaanden of een ander aangewezen specifiek persoon”. Indien geen keuze is geregistreerd, dan moet door de arts altijd aan nabestaanden worden gevraagd of met donatie wordt ingestemd.

Dat betekent dat de Nederlandse burgers goed moeten zijn voorgelicht over orgaandonatie en registratie. Alleen met voldoende kennis, praten met je omgeving, kan een bewuste keuze worden gemaakt met betrekking tot orgaandonatie en kan deze geregistreerd worden in het Donorregister. Nabestaanden en artsen weten dan welke keuze is gemaakt.

Soorten Donaties en Transplantaties
Er is donatie en transplantatie mogelijk van organen te weten nieren, longen, lever, hart, alvleesklier en dunne darm. Ook weefsels kunnen worden getransplanteerd: botweefsel, huid, hoornvlies, bloedvaten, kraakbeen, pezen en hartkleppen.

Er kan onderscheid worden gemaakt tussen overleden (post-mortale) en levende donatie/ transplantatie.

Overleden donor
Bij donoren die zijn overleden maken we een onderscheid in heart-beating en non-heart-beating donoren. Bij de heart-beating donor is de bloedcirculatie ten tijde van donatie intact. Bij de non-heart-beating is dit niet het geval omdat er sprake is van een hartstilstand.

Bij een heart-beating donor is de hersendood vastgesteld en zal de donor gewoonlijk op een IC afdeling liggen en worden beademd. In zo'n situatie is er tijd om op een rustige manier met nabestaanden te overleggen of tot donatie kan worden overgegaan. Er kan door nabestaanden in alle rust afscheid van de overledene worden genomen.

Een non-heart-beating donor komt normaal binnen op een Eerste Hulp afdeling. In dit soort situaties klopt ook het hart van een overledene niet meer. In deze gevallen is hoge spoed noodzakelijk om een donatie procedure te starten. Er kan vaak niet op de aanwezigheid of een gesprek met de familie worden gewacht, omdat bij te lang wachten de mogelijk te gebruiken organen snel afsterven. Naast de voorwaarde om het Donorregister te plegen, maakt de wet het mogelijk om met voorbereidende handelingen te beginnen voordat met nabestaanden is gesproken. Voorbereidende handelingen zijn bijvoorbeeld het inbrengen van katheters. Het gesprek met nabestaanden vindt dan tijdens deze handelingen plaats. In deze gevallen zal een afscheid van de overledene zeer snel moeten plaatsvinden.

Sinds 1 oktober 2006 is de Wet Orgaandonatie veranderd. Indien een overledene met “Ja” in het Donorregister is geregistreerd, dan hoeven de artsen de nabestaanden alleen nog te informeren en hoeven geen toestemming te vragen. Er mag dan volgens de wet tot donatie en uitname worden overgegaan.

Levende donor
Voor levende donatie hoeft men niet te zijn geregistreerd in het Donorregister. Dit is een zaak die wordt besloten in overleg tussen donor, ontvanger en de zorgverlener.
Nieren en (delen van) de lever komen in aanmerking voor levende donatie. Nieren maken ongeveer 80% uit van het totale aantal donaties en transplantaties. Het aantal levende nierdonaties bedraagt thans ongeveer de helft van het aantal nierdonaties/ transplantaties.

Als iemand in de familie of kennissenkring een nier of (een deel van) zijn lever wil afstaan, is dit ook mogelijk. We onderscheiden hier een donatie van een bloedverwant of niet-bloedverwant. Uiteraard moet degene die een nier of lever afstaat goed gezond zijn en hij/zij moet een geschikte bloedgroep hebben. Sinds kort bestaat ook de mogelijkheid voor patiënten die een levende donor hebben, en waarvan de donor afvalt op basis van het niet hebben van de juiste bloedgroep en/of het aanwezig zijn van antistoffen bij de ontvanger, om deel te nemen aan het zogenaamde landelijke cross-over programma. (Quote: donoren moeten deelnemen aan het landelijk cross-over programma)
Bij deelname aan dit programma komt men op een landelijke wachtlijst van donor-ontvanger paren, waarbij ontvangers met elkaar van donor ruilen om op die manier de kans op (snelle) transplantatie te verhogen. De ontvanger zal altijd dezelfde pre-transplantatie onderzoeken moeten ondergaan, ongeacht welke vorm van transplantatie er verricht wordt.

Slagingskansen transplantatie
Er is nog een aantal factoren die het uiteindelijke resultaat van de transplantatie op korte en lange termijn bepalen:

  • Het type donor
  • Leeftijd van de donor
  • Weefselkenmerk overeenkomsten (match)
  • De tijd dat er geen bloedcirculatie in de nier plaatsvond
  • Of het verwijderen/implanteren goed is verlopen
  • Aanwezigheid van antistoffen

De levensduur van een transplantaat kan erg variëren, gemiddeld acht tot tien jaar voor een donornier van een overledene en gemiddeld 15 jaar voor een levende donornier.
Transplantatie vindt plaats tot een leeftijd van ongeveer 75 jaar, maar de algemene conditie van de patiënt is hierbij een doorslaggevende factor.

 
FacebookTwitter