Wat wordt verwijderd?
Meestal wordt plasma verwijderd. In het plasma zitten ziekmakende eiwitten
die een bepaalde ziekte kunnen veroorzaken. Het verwijderd plasma wordt
tijdens de behandeling vervangen door een andere gelijkwaardige
eiwitoplossing. Dit komt vaak voor bij bepaalde ziektebeelden zoals TTP,
HUS, Sclerodermie en vasculitis.
Deze plasmaferesebehandeling is uitsluitend ter ondersteuning van
medicamenteuze therapie.
Ook kan men bloedplaatjes, witte en rode bloedcellen verwijderen. Dit komt
minder frequent voor.
Voor de afdeling hematologie voeren wij naast plasmaferese ook
stamcelferese uit. Patienten die behandeld zijn met chemotherapie kunnen
bij bepaalde ziektebeelden ook een stamceltransplantatie ondergaan. Na een
aantal chemotherapie kuren krijgen ze groeihormonen toegediend, waardoor
extra stamcellen in het bloed worden aangemaakt. Deze kunnen met een
stamcelferese apparaat uit het bloed verzameld worden. De stamcellen worden
bewerkt en ingevroren in het laboratorium. Na een laatste chemotherapie
kuur worden de stamcellen via een infuus teruggegeven aan de patient. Deze
infusie van stamcellen noemt men een stamceltransplantatie. Door deze
infusie met gezonde stamcellen hoopt men de onderliggende ziekte een halt
toe te kunnen roepen.