Als u wakker wordt, kan het zijn dat u een infuus hebt voor toediening van
vocht; een slangetje in de rug waardoor u pijnstilling krijgt; een
slangetje bij de wond om wondvocht af te voeren; een maagslang via de neus
en een urinekatheter. De chirurg bepaalt of u deze slangen krijgt en
wanneer ze worden verwijderd.
De nazorg start direct na de operatie. Hierbij is het belangrijk dat u
duidelijk aan de verpleging aangeeft als u pijn of andere klachten hebt. Zo
kunnen zij u snel helpen. Hebt u vragen over de operatie of andere medische
zaken, aarzel niet en vraag het aan de afdelingsarts. Hij/zij kan uw vragen
beantwoorden.
U moet weer zo snel mogelijk op de been zijn, onder meer om trombose te
voorkomen. Mogelijk helpt een fysiotherapeut u bij het uit bed komen. Ook
kan deze, als dit noodzakelijk is, ademhalingsoefeningen met u doen om
longcomplicaties te voorkomen. Als u behoefte hebt aan een gesprek met
lotgenoten, neem dan contact op met SMILE. Dit kan ook via de verpleging.
Gewichtsverlies
Voor alle operaties geldt dat het
onmogelijk is om exact te voorspellen hoeveel u na de operatie zult
afvallen. Het gemiddelde gewichtsverlies is voor de verschillende operaties
anders. Zo zult u bij een maagband operatie over het algemeen minder
gewichtsverlies per jaar hebben als bij een maagomleiding of scopinaro
operatie. Na een maagband operatie verliest u gemiddeld 50% van uw
overgewicht, 60 tot 65% na een maagomleiding en tussen de 80 en 90% met een
scopinaro of duodenal switch.