© 2010 academisch ziekenhuis Maastricht |Disclaimer |Privacy Policy |Sitemap

Voorbereiding op de operatie

Als u aan de voorwaarden voldoet en u in principe voor opereren in aanmerking komt, moeten er nog een aantal zaken gebeuren. Zo moet u, als hier een indicatie voor is, gezien worden door andere specialisten. Dit kan een longarts, een internist of een cardioloog zijn.

Poliklinisch
Een poliklinisch onderzoek bij de anesthesist behoort altijd tot de voorbereidingen. De goedkeuring van de anesthesist is namelijk absoluut noodzakelijk om de operatie te kunnen ondergaan. 

Klinisch

Opnamedag
De dag dat u wordt opgenomen op de verpleegafdeling, kan het zijn dat u nog een hartfilmpje [ECG]moet laten maken en bloed moet laten prikken. Daarnaast hebben de afdelingsarts en een verpleegkundige een gesprek met u. Tijdens dit gesprek wordt de anamnese, de medische voorgeschiedenis met u doorgenomen en wordt u voorbereid op wat er gaat gebeuren. De opnamedag is niet altijd de operatiedag.

Operatiedag
Vlak voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u medicijnen toegediend die de anesthesist heeft voorgeschreven. Dit kan in de vorm van pillen of een spuit zijn. Ook krijgt u drukmanchetten om de benen aangemeten. In combinatie met een pompje verkleinen deze de kans op trombose [vorming van een bloedpropje]. De drukmanchetten blijven om uw benen totdat u weer uit bed kunt. In de voorbereidingskamer van de operatieafdeling wordt een infuus ingebracht. U krijgt een bloeddrukmeter en een hartslagmeter omgedaan. Het kan zijn dat u een ruggenprik krijgt via een slangetje in de rug. De ruggenprik dient om tijdens en na de operatie pijnstillende medicatie toe te dienen. Deze ruggenprik wordt niet altijd toegepast. Dit is afhankelijk van de soort operatie en van de anesthesist.

Anatomie
Hieronder ziet u een plaatje van het spijsverteringsysteem zonder operatieve ingrepen. Dit plaatje helpt u om de hiernavolgende plaatjes van de ingrepen beter te begrijpen.

 



 

 1. Slokdarm
 2. Buik
 3. Maag
 4. Pylorus (sluitspier maag)
 5. Duodenum (dunne darm)
 6. Jejunum (dunne darm)
 7. Ilieum (dunne darm)
 8. Dikke darm