Er zijn twee soorten van de neurogene blaas:
1. De niet actieve blaas
De blaas kan zich niet samentrekken en legen, de
zogenaamde hypotone blaas. De hypotone blaas ontstaat meestal doordat de
zenuwvoorziening van de blaas is onderbroken. Bij kinderen is de meest
voorkomende oorzaak een aangeboren afwijking van het ruggenmerg, zoals een
open rug (spina bifida) of uitpuiling van het ruggenmerg door de wervels
(myelomeningokèle). Omdat een hypotone blaas zich meestal niet leegt, rekt
deze uit en wordt zeer groot. Deze vergroting is meestal niet pijnlijk. In
sommige gevallen blijft de blaas groot, maar lekken er voortdurend kleine
hoeveelheden urine uit (overloopincontinentie).
Blaasontsteking komt veel voor bij mensen met een niet actieve blaas, omdat
bacteriën zich gemakkelijk kunnen vermeerderen in de urine die in de blaas
achterblijft. Steenvorming in de blaas kan optreden, vooral als wegens een
chronische blaasontsteking een verblijfskatheter is ingebracht. De
symptomen van blaasontsteking kunnen variëren afhankelijk van de mate
waarin de zenuwvoorziening nog functioneert.
2. De hyperactieve blaas
Deze leegt zich door ongecontroleerde reflexen. Een hyperactieve blaas is
meestal het gevolg van een onderbreking van de normale controle over de
blaas door het ruggenmerg en de hersenen. Een veelvoorkomende oorzaak is
verwonding of een aandoening, zoals multiple sclerose, die het ruggenmerg
aantast en ook kan leiden tot verlamming van de benen of van armen en
benen.
Vaak wordt de blaas door dergelijk letsel eerst slap gedurende enkele
dagen, weken of maanden (shockfase). De blaas wordt daarna overactief en
leegt zich buiten de willekeurige controle van de blaas om. Een overactieve
blaas kan zich vullen en vervolgens legen zonder enige controle en zonder
dat daar altijd een waarschuwingssignaal voor wordt gegeven, omdat de blaas
zich reflexmatig (onwillekeurig) samentrekt en leegt.
Bij een neurogene blaas kan de druk en terugvloed van urine vanuit de blaas
door de urineleiders de nieren beschadigen. In geval van ruggenmergletsel
kunnen de samentrekking van de blaas en de ontspanning van de blaasuitgang
slecht op elkaar zijn afgestemd, zodat de druk in de blaas hoog blijft en
de nieren onvoldoende urine kunnen afvoeren.
Onderzoek
Vaak kan bij het lichamelijk onderzoek van de onderbuik een grote blaas
worden gevoeld.
Meer informatie wordt verkregen door cystoscopie en röntgen- en
echografisch onderzoek.
Behandeling
Wanneer een hypotone blaas het gevolg is van neurologisch letsel, kan een
katheter via de plasbuis worden ingebracht om de blaas voortdurend of met
tussenpozen te legen. Zowel bij mannen als bij vrouwen wordt echter
voorkeur gegeven aan het gebruik van een katheter die de patiënt zelf
regelmatig (vier tot zes keer per dag) kan inbrengen en vervolgens weer
verwijderen wanneer de blaas leeg is, de zogenaamde zelfkatheterisatie.
Ook bij mensen met een hyperactieve blaas kan het nodig zijn een katheter
in te brengen om de blaas te legen wanneer de samentrekkingen van de
blaasuitgang een volledige afvloed verhinderen. Behandeling met
geneesmiddelen kan ook een mogelijkheid zijn.
Soms wordt aangeraden om een operatie te laten uitvoeren om de urine via
een opening in de buikwand (stoma) naar buiten te leiden of om de blaas te
vergroten. Hoewel het zelden voorkomt dat een neurogene blaas zich volledig
herstelt, hebben de meeste patiënten baat bij behandeling.