Soms kunnen onderliggende ziekten plasklachten geven, bijvoorbeeld
suikerziekte. Ook ziekten van het zenuwstelsel kunnen plasklachten
opleveren.Verder kan medicijngebruik invloed hebben op het plassen
(plastabletten).
Vroeger dacht men dat de prostaat als enige orgaan verantwoordelijk was
voor het krijgen van plasklachten. De prostaat, die groeit onder invloed
van het testosteron - (mannelijk) - hormoon, gaat in de loop van jaren in
omvang toenemen.
De urineleider die dóór de prostaat loopt wordt dan afgekneld en de blaas
moet meer krachtsinspanning leveren. Soms blijft er urine achter in de
blaas waardoor er een gevoel kan ontstaan dat er niet goed leeg geplast kan
worden. De straal wordt wat minder sterk en nadruppelen kan optreden.
Onderzoek
Samen met u zet de huisarts eerst uw klachten op een rij. U bespreekt de
aard van uw klachten, uw eventuele ongerustheid en welke reden u had om het
spreekuur te bezoeken. Afhankelijk van de werkwijze van uw huisarts, kan
hij/zij daarbij gebruik maken van een vragenlijst die de mate van ernst en
hinder van uw plasklachten in beeld brengt.
Vervolgens doet de huisarts lichamelijk onderzoek, waarbij onder meer de
prostaat wordt gevoeld via de anus. Door middel van urineonderzoek wordt
een eventuele ontsteking van de urinewegen opgespoord.
Ook kunnen eventuele problemen van de prostaat worden opgespoord met
bloedonderzoek. De zogenaamde 'PSA-waarde' in het bloed zegt iets over de
werking van de prostaat.
Behandeling
Als alle gegevens bekend zijn kan blijken dat er geen alarmerende
ziekten bestaan die de plasproblemen veroorzaken. De huisarts kan dat
toelichten en u daarmee geruststellen. Soms blijven de klachten daarna
gelijk of verminderen zelfs iets. Maar soms verergert de situatie en kunt u
beter opnieuw naar de huisarts gaan. Behalve geruststellen kan de huisarts
besluiten om medicijnen voor te schrijven.
Soms is een verwijzing nodig naar de uroloog om verder onderzoek te laten
doen als de klachten met medicijnen niet kunnen worden verholpen
en misschien aan een operatieve ingreep moet worden gedacht. Het kan
ook zijn dat de huisarts aan de uroloog wil vragen welke de beste
behandeling is van uw klachten, waarna de huisarts weer de behandeling kan
voortzetten.
Tenslotte kunnen de onderzoeksgegevens van de huisarts een aanwijzing geven
dat er sprake zou kunnen zijn van een kwaadaardige aandoening van prostaat
of blaas.