Zwangerschapstest
Wanneer u vermoedt dat u zwanger bent kunt u bij de drogist/apotheek een
zwangerschapstest halen. U kunt een dergelijke test ook door uw huisarts
laten uitvoeren.
Zwangerschapscontroles
Tussen de 8e en 10e week van uw zwangerschap gaat u voor de eerste keer
naar de verloskundige of gynaecoloog. Hij/zij controleert:
- hoe hoog uw bloeddruk is,
- welke stoffen er aanwezig zijn in uw bloed (bloedgroep, rhesusfactor,
HB-gehalte, luesserologie, HB A, HIV en eventueel rubella antistoffen),
- of en hoe het hartje van uw baby klopt,
- de groei van het kind,
- de ligging van het kind.
Tijdens de controles kunt u terecht voor alle vragen rondom uw zwangerschap
en de aankomende bevalling. Ook zal de verloskundige of gynaecoloog u
allerlei adviezen geven om het goede verloop van de zwangerschap en
bevalling te bevorderen. De verloskundige kunt u voor dringende vragen 24
uur per dag bellen. Als u, om welke reden dan ook ongerust bent,
hoeft u niet tot de eerstvolgende geplande controle te wachten.
Combinatietest (nekplooimeting)
De combinatietest is
een onderzoek waarbij u uw individuele kans op een kind met het syndroom
van Down wordt bepaald. Dit gebeurt tussen de 11 en 13 weken door middel
van een echo waarbij de nekplooi van het kind wordt gemeten en
bloedonderzoek bij de moeder. Als u tot de risicogroep behoort, wordt dit
onderzoek door de zorgverzekeraar vergoed. Hoort u niet tot de risicogroep
dan wordt dit onderzoek door de meeste ziektekostenverzekeringen niet
vergoed. De combinatietest is niet verplicht of vanzelfsprekend.
Echo(scopie)
Met behulp van een echo kunt u vanaf de tweede maand van uw zwangerschap
een eerste blik op uw kleintje werpen. Het hartje klopt in een hoog tempo
en de baby beweegt in het vruchtwater in uw baarmoeder. Tussen de 18
en 22 weken is het mogelijk om een structurele echo te laten maken. Hierbij
wordt gekeken of uw kind zich goed ontwikkeld heeft (voor zover dit te
zien is).
Meest voorkomende extra onderzoeken in de zwangerschap als daarvoor
een reden is
Vlokkentest
De vlokkentest wordt rond de 11e week
gedaan. Tijdens een vlokkentest wordt een klein stukje (vlokkig) weefsel
van uw placenta (moederkoek) weggenomen. Dit weefsel wordt onderzocht om te
kijken of uw kindje lijdt aan bepaalde erfelijke aandoeningen, zoals het
Downsyndroom. Voor de vlokkentest komt u in aanmerking als u tot een
risicogroep behoort, bijvoorbeeld wanneer u 36 jaar of ouder bent of er
erfelijke afwijkingen in uw familie voorkomen en onderzocht kunnen worden.
Vruchtwaterpunctie
De vruchtwaterpunctie wordt
uitgevoerd rond de 16e week. Het doel van een vruchtwaterpunctie is om al
aan het begin van uw zwangerschap vast te stellen of uw kind bepaalde
afwijkingen heeft. Dit blijkt na onderzoek van een klein beetje
vruchtwater, dat met behulp van een naald uit uw baarmoeder wordt gehaald.
Voor de vruchtwaterpunctie komt u in aanmerking als u tot een risicogroep
behoort, bijvoorbeeld wanneer u 36 jaar of ouder bent of er erfelijke
afwijkingen in uw familie voorkomen en onderzocht kunnen worden.
CTG-onderzoek
Door middel van een CTG-onderzoek
worden de harttonen van uw baby geregistreerd. Ook weeënactiviteiten zijn
met CTG-apparatuur te meten. Als er problemen zijn, geeft een CTG extra
informatie over de levendigheid en zuurstofvoorziening van uw baby. Een CTG
vindt alleen plaats als dat nodig is. Een CTG kan alleen gedaan worden door
de gynaecoloog in het ziekenhuis.
Als u meer wil weten over prenataal onderzoek kunt u kijken op:
http://www.prenatalescreening.nl
http://www.rivm.nl/zwangerschapsscreening
of
http://www.babyinfo.nl/advies/medisch/prenataalonderzoek