Er zijn families waarin, naar verhouding met hetgeen men kan verwachten,
veel meer vrouwen zwangerschapsvergiftiging krijgen. Het is bekend dat
vrouwen van wie zussen en/of moeder zwangerschapsvergiftiging
hebben gehad, meer kans hebben om zelf ook zwangerschaps-vergiftiging te
krijgen. Wanneer een vrouw meerdere dochters heeft, waarbij tijdens
één zwangerschap zwangerschapsvergiftiging ontstond, heeft het kind
uit dié zwangerschap meer kans dan haar zussen om
zelf zwangerschapsvergiftiging te krijgen. Hieruit blijkt dat
erfelijke aanleg een rol speelt bij het ontstaan van
zwangerschapsvergiftiging.
Hoe dit precies in zijn werk gaat is onbekend. Het is niet waarschijnlijk
dat één gen als enige voor het ontstaan van zwangerschapsvergiftiging
verantwoordelijk is. Want als dat het geval was, dan zou de kans om in de
tweede zwangerschap zwangerschapsvergiftiging te krijgen even groot zijn
als in de eerste zwangerschap. Want in beide gevallen zou bij de vrouw het
gen aanwezig zijn. En de ervaring leert dat de kans om in de eerste
zwangerschap zwangerschapsvergiftiging te krijgen groter is dan de kans om
in de tweede of volgende zwangerschap zwangerschapsvergiftiging te
krijgen.
Wel zijn er een aantal aandoeningen die er toe kunnen bijdragen dat een
vrouw zwangerschapsvergiftiging krijgt. Sommige van deze aandoeningen zijn
erfelijk. Het vaker optreden van zwangerschapsvergiftiging bij vrouwen met
zo'n erfelijke aandoening zou men dan 'indirect' erfelijk kunnen
noemen. Hoge bloeddruk of nierziekten zijn hier voorbeelden van.