© 2010 academisch ziekenhuis Maastricht |Disclaimer |Privacy Policy |Sitemap

Stolling

Het lichaam heeft een systeem dat ervoor moet zorgen dat bloedstolling daar optreedt waar het nodig is en niet daar waar het niet mag. Het complexe mechanisme van de bloedstolling zorgt ervoor dat dit geregeld wordt.

Bij vrouwen met stollingsafwijkingen kan de neiging om bloedstolsels te maken verhoogd zijn. Tijdens de zwangerschap zou dit problemen kunnen opleveren. Er kunnen namelijk zeer kleine bloedstolsels ontstaan die schade aanrichten aan de bloedvaten (van o.a. de moederkoek) en kunnen zorgen voor verstopping van kleine bloedvaatjes. Hierdoor krijgen delen van de moederkoek geen bloed meer. Tevens kunnen hierdoor stoffen vrijkomen die de vaatwandcellen beschadigen, met als gevolg dat zwangerschapsvergiftiging wordt bevorderd. 

Aandoeningen waarvan bekend is dat ze mogelijk bijdragen aan het ontstaan van zwangerschapsvergiftiging zijn proteïne S en proteïne C tekorten en een verandering in een gen dat betrokken is bij de bloedstolling, de zogenaamde factor 5 Leiden mutatie. Omdat deze aandoeningen meestal geen klachten geven kan pas na specifiek laboratorium onderzoek worden vastgesteld of er sprake is van een van deze stollingsafwijkingen.

Er zijn aanwijzingen dat een preventieve behandeling tijdens de zwangerschap met stollingsremmende stoffen de kans op zwangerschapsvergiftiging mogelijk verkleinen. Hoewel deze behandeling veilig is, zijn er wel nadelen zoals het ongemak van dagelijkse injecties en blauwe plekken op de injectieplaats. Daarnaast is nog niet aangetoond dat deze behandeling ook daadwerkelijk een verbetering geeft. 

Het is daarom zeer belangrijk dat in een groot onderzoek dat momenteel in een aantal Nederlandse ziekenhuizen loopt (de FRUIT studie) vergeleken wordt of vrouwen die het medicijn krijgen beter af zijn dan vrouwen die het niet krijgen. Tot de uitslag van deze studie bekend is, is het moeilijk om uitspraken te doen over het wel of niet toepassen van deze behandeling.