Bij vrouwen met stollingsafwijkingen kan de neiging om bloedstolsels te
maken verhoogd zijn. Tijdens de zwangerschap zou dit problemen kunnen
opleveren. Er kunnen namelijk zeer kleine bloedstolsels ontstaan die
schade aanrichten aan de bloedvaten (van o.a. de moederkoek) en kunnen
zorgen voor verstopping van kleine bloedvaatjes. Hierdoor krijgen
delen van de moederkoek geen bloed meer. Tevens kunnen hierdoor stoffen
vrijkomen die de vaatwandcellen beschadigen, met als gevolg
dat zwangerschapsvergiftiging wordt bevorderd.
Aandoeningen waarvan bekend is dat ze mogelijk bijdragen aan het ontstaan
van zwangerschapsvergiftiging zijn proteïne S en proteïne C tekorten en een
verandering in een gen dat betrokken is bij de bloedstolling, de zogenaamde
factor 5 Leiden mutatie. Omdat deze aandoeningen meestal geen klachten
geven kan pas na specifiek laboratorium onderzoek worden
vastgesteld of er sprake is van een van deze stollingsafwijkingen.
Er zijn aanwijzingen dat een preventieve behandeling tijdens de
zwangerschap met stollingsremmende stoffen de kans op
zwangerschapsvergiftiging mogelijk verkleinen. Hoewel deze behandeling
veilig is, zijn er wel nadelen zoals het ongemak van dagelijkse
injecties en blauwe plekken op de injectieplaats. Daarnaast is nog niet
aangetoond dat deze behandeling ook daadwerkelijk een verbetering
geeft.
Het is daarom zeer belangrijk dat in een groot onderzoek dat momenteel
in een aantal Nederlandse ziekenhuizen loopt (de FRUIT studie) vergeleken
wordt of vrouwen die het medicijn krijgen beter af zijn dan vrouwen die het
niet krijgen. Tot de uitslag van deze studie bekend is, is het
moeilijk om uitspraken te doen over het wel of niet toepassen van deze
behandeling.