De hoogte van de bloeddruk is mede afhankelijk van de weerstand
van de bloedvaten. Wanneer de weerstand van de bloedvaten hoger is, zal de
bloeddruk toenemen. Wanneer de weerstand lager wordt, zal de bloeddruk
afnemen. Te hoge bloeddruk blijft vaak onopgemerkt. Hoge bloeddruk wordt
vastgesteld door het meten van de bloeddruk met een bloeddrukmeter.
De bloeddruk wordt uitgedrukt in twee getallen. Het eerste getal is de
bovendruk of systolische druk. Deze bovendruk ontstaat omdat het
hart 'samentrekt'. Het tweede getal is de onderdruk of diastolische
druk. Onderdruk is de druk wanneer het hart ontspant. In het algemeen
spreekt men van een verhoogde bloeddruk, ook wel hypertensie genoemd, als
de bovendruk hoger is dan 140 (mmHg) en/of de onderdruk hoger is dan 90
(mmHg).
De bloeddruk wisselt voortdurend, afhankelijk van lichaamshouding,
inspanning, emoties en stress. Daarom spreekt men pas van hoge bloeddruk
wanneer de bloeddruk een aantal keren op verschillende dagen wordt gemeten
en al die keren te hoog is.
In een 'normale' zwangerschap zal aanvankelijk een lichte daling van de
bloeddruk plaatsvinden, waarna de bloeddruk ongeveer in de helft van de
zwangerschap weer langzaam stijgt tot waarden zoals voor de zwangerschap.