Tijdens de zwangerschap neemt de hoeveelheid vocht in de bloedbaan toe. De
toename van de totale hoeveelheid vocht in de bloedbaan blijft achter
bij vrouwen die zwangerschapsvergiftiging krijgen. Het lijkt erop
dat als gevolg hiervan de bloedvaten zich vernauwen om de bloeddruk op
peil te houden. Daarnaast wordt vaker gezien dat het hart meer liters bloed
per minuut rondpompt dan normaal. Waarschijnlijk zijn de bloedvaten
bij vrouwen met zwangerschapsvergiftiging ook minder elastisch,
waardoor ze minder gemakkelijk kunnen verwijden en dus minder
gemakkelijk aanpassen aan de veranderingen in de bloedsomloop.
Het gevolg van beide verschijnselen is dat het bloed relatief snel door
vernauwde bloedvaten wordt gepompt, waardoor de vaatwandcellen eerder
beschadigd zullen raken en zwangerschapsvergiftiging kan ontstaan.
Daarnaast zullen hierdoor eerder klonteringen van bloedplaatjes optreden
waardoor weer stolsels kunnen ontstaan. Het lijkt aannemelijk dat deze
verschijnselen van een verminderd bloedvolume, een verhoogde pompsnelheid
van het hart en minder elastische bloedvaten, de kans op hoge
bloeddruk in de zwangerschap vergroten.
Bij vrouwen met zwangerschapsvergiftiging of de kans hierop, zou het
mogelijk kunnen zijn dat een behandeling met aspirine in de zwangerschap
een vermindering van de kans op zwangerschapsvergiftiging geeft. Hetzelfde
zou het geval kunnen zijn voor geneesmiddelen die de bloeddruk verlagen of
het hart minder hard laten pompen. Voor beide behandelingen geldt dat deze
nog experimenteel zijn. Ze zijn veilig voor moeder en kind, maar het
is nog niet aangetoond dat deze behandelingen ook daadwerkelijk nut hebben.
Totdat verder onderzoek hierop het antwoord geeft is het dus moeilijk
uitspraken te doen over de preventieve behandeling met deze
geneesmiddelen.