Stoornissen in de koolhydraathuishouding geven een verhoogde kans op het
krijgen van zwangerschapsvergiftiging. Suikerziekte is bijvoorbeeld zo'n
ziekte. Maar ook een verminderde gevoeligheid voor insuline, die ook kan
voorkomen zonder suikerziekte te hebben, is zo'n aandoening. Een goede
behandeling van al bestaande suikerziekte is daarom erg belangrijk om de
zwangerschap met zo weinig mogelijk problemen te laten verlopen.
Ook afwijkingen in de vetzuurhuishouding, zoals een te hoog
cholesterolgehalte in het bloed, kunnen bijdragen aan een hogere kans op
zwangerschapsvergiftiging. Hierbij is het totale cholesterolgehalte van
belang, maar de laatste tijd krijgen de verschillende 'soorten' cholesterol
veel aandacht. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat een hoog gehalte
aan HDL cholesterol een beschermend effect heeft op de bloedvaten, op het
ontstaan van hart- en vaatziekten en op het ontstaan van
zwangerschapsvergiftiging. LDL cholesterol heeft een ongunstig effect op de
bloedvaten. Vrouwen met een slechte verhouding tussen HDL en LDL
cholesterol (dus: een laag HDL- en een hoog LDL cholesterol) lopen meer
risico op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten en lopen meer risico op
het krijgen van zwangerschapsvergiftiging.
Een belangrijke stofwisselingsstoornis, die waarschijnlijk bijdraagt aan
problemen in de zwangerschap, is die van een stof die methionine heet. Deze
zogenaamde methionine stofwisseling verloopt bij sommige vrouwen anders dan
normaal, waardoor in verhoogde mate de stof homocysteïne in het bloed
voorkomt (hyperhomocysteïnemie). Wanneer dit het geval is bestaat er een
verhoogde kans op zwangerschapsvergiftiging, thrombose en mogelijk op
latere leeftijd ook op hart- en vaatziekten. Op jonge leeftijd zal een
vrouw weinig tot niets merken van deze aandoening. Alleen
met gericht onderzoek kan deze aandoening worden opgespoord. In
sommige gevallen kunnen genetische afwijkingen leiden tot
hyperhomocysteïnemie, maar in de meeste gevallen is aanpassing van de
voeding, al dan niet aangevuld met extra vitaminen (B6 en B11),
voldoende om de verhoogde homocysteïnewaarde te laten
normaliseren.
Zeker in de huidige maatschappij, waarin we met z'n allen in
welvaart leven, maar waarin we het met z'n allen ook steeds drukker
hebben, worden afwijkingen in de stofwisseling steeds vaker gezien. Er is
minder tijd om gezond te bewegen en we eten veel suikers en vetten.
Hierdoor zien we de laatste jaren steeds vaker stofwisselingsproblemen,
waaronder het metabool syndroom. Metabool syndroom is een moeilijk woord
voor verschillende afwijkingen in de stofwisseling, die te wijten zijn een
een verkeerd voedings- en bewegingsgedrag. Tot deze afwijkingen behoren de
hierboven beschreven insulineongevoeligheid, lage vitaminewaarden, een hoog
cholesterolgehalte (vooral LDL cholesterol), overgewicht en hoge bloeddruk.
Niet alle afwijkingen hoeven aanwezig te zijn. Meestal gaat men uit van
drie van deze afwijkingen om de diagnose metabool syndroom te stellen.
Natuurlijk is het belangrijk te realiseren dat sommige afwijkingen erfelijk
bepaald kunnen zijn.