© 2010 academisch ziekenhuis Maastricht |Disclaimer |Privacy Policy |Sitemap

Antifosfolipiden syndroom

Het antifosfolipiden syndroom is een aandoening waarbij bepaalde antistoffen (die betrokken zijn bij het afweersysteem) in verhoogde concentraties voorkomen in het bloed. Ze hebben een ongunstig effect op de vaatwandbekleding en geven een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en op zwangerschapsvergiftiging.

Het antifosfolipidensyndroom kan men opsporen door bloed af te nemen. Wanneer uit laboratoriumonderzoek blijkt dat iemand antifoslopiden antistoffen aanmaakt boven een bepaalde waarde, spreken we van het antifosfolipidensyndroom. Dit onderzoek dient overigens na minimaal 6 weken te worden herhaald om de diagnose te kunnen stellen. Bij griep bijvoorbeeld kunnen deze antistoffen zijn verhoogd, zonder dat er sprake is van een antifosfolipiden syndroom. 

Vrouwen met deze aandoening hebben een toegenomen risico op trombose. Daarnaast vormt deze aandoening ook een probleem in de zwangerschap: miskramen en zwangerschapsvergiftiging komen vaker voor. Het is waarschijnlijk dat een preventieve behandeling met antistollingsmiddelen het verloop van de zwangerschap duidelijk gunstig beïnvloedt. Met andere woorden: door deze behandeling wordt de kans op problemen in de zwangerschap zeer waarschijnlijk kleiner. Overigens komt het antifosfolipiden syndroom betrekkelijk weinig voor.