© 2010 academisch ziekenhuis Maastricht |Disclaimer |Privacy Policy |Sitemap

Zwangerschapsvergiftiging en het kind tijdens de zwangerschap

De problemen die het kind tijdens de zwangerschap ondervindt hebben te maken met de verminderde toevoer van voedingsstoffen en zuurstof via de placenta (moederkoek).

Door de verminderde aanvoer van voedingsstoffen zal het kind minder hard groeien en treedt er groeivertraging of groeistilstand op. Omdat er geen voedingstoffen in overvloed zijn, zal het kind zuinig met de aangeboden voedingsstoffen om moeten gaan. Daarom worden de processen die van het grootste belang zijn voor het overleven bevoordeeld. Dat houdt in dat bijvoorbeeld eerst de hersenen en het hart van het kind van voedingsstoffen en zuurstof worden voorzien, terwijl minder belangrijke delen van het lichaam, zoals de darmen, minder voedingsstoffen krijgen. Hierdoor zal het kind in groei achterblijven. Kinderen die na zwangerschapsvergiftiging worden geboren, zijn vaak erg mager. Men noemt dit dysmatuur. Kenmerkend hiervoor is een magere buik en een relatief groot hoofd. Als het aanbod van voedsel na de geboorte herstelt, verdwijnt dit aspect weer na enige tijd. Toch dient men er rekening mee te houden dat deze kinderen vaak enige tijd achter blijven lopen in groei ten opzichte van hun leeftijdsgenootjes. 

Het kind kan zich dus aanpassen aan de periode van schaarste die heerst tijdens de zwangerschap. Dit gebeurt ook met betrekking tot het zuurstofaanbod. Alleen zijn de grenzen hier veel smaller. Hoewel het kind langere tijd zonder voldoende voedingsstoffen kan overleven zonder grote schade te ondervinden, geldt dit niet voor zuurstoftekort. Langdurig zuurstoftekort kan uiteindelijk leiden tot hersenbeschadiging en in uiterste gevallen tot het overlijden van het kind. 

Door het maken van echo's en uitwendig onderzoek kan er een schatting worden gemaakt van de groei en voedingstoestand van het kind. Daarnaast geeft een CTG (hartfilm van het kind) ook een indruk van de conditie van het kind (en dus indirect van de zuurstofvoorziening). Helaas is er nog geen methode beschikbaar waarmee met volledige zekerheid kan worden bepaald hoe de conditie van het kind is en of er moet worden ingegrepen. 

Wanneer bij onderzoek met CTG en echo blijkt dat het kind zuurstoftekort dreigt te krijgen, kan om die reden besloten worden dat het kind buiten de baarmoeder beter af is. In dat geval zal, afhankelijk van verschillende factoren, de zwangerschap worden beëindigd met een inleiding of keizersnede. 

Bij zwangerschapsvergiftiging is er dus vaak sprake van een (dreigende) vroeggeboorte. Veel organen zijn dan nog niet rijp. Met name geldt dit voor longen, hersenen, lever en darmen. Dit kan problemen opleveren na de geboorte. Om deze reden worden vaak medicijnen gegeven aan de moeder om met name de longrijpheid te bevorderen. Daarnaast zal de behandelend arts proberen het tijdstip van de bevalling, zo lang als het voor moeder en kind veilig is, uit te stellen.