Door de verminderde aanvoer van voedingsstoffen zal het kind minder hard
groeien en treedt er groeivertraging of groeistilstand op. Omdat er geen
voedingstoffen in overvloed zijn, zal het kind zuinig met de
aangeboden voedingsstoffen om moeten gaan. Daarom worden de processen die
van het grootste belang zijn voor het overleven bevoordeeld. Dat
houdt in dat bijvoorbeeld eerst de hersenen en het hart van het kind van
voedingsstoffen en zuurstof worden voorzien, terwijl minder
belangrijke delen van het lichaam, zoals de darmen, minder
voedingsstoffen krijgen. Hierdoor zal het kind in groei achterblijven.
Kinderen die na zwangerschapsvergiftiging worden geboren, zijn vaak
erg mager. Men noemt dit dysmatuur. Kenmerkend hiervoor is een magere buik
en een relatief groot hoofd. Als het aanbod van voedsel na de
geboorte herstelt, verdwijnt dit aspect weer na enige tijd. Toch
dient men er rekening mee te houden dat deze kinderen vaak enige tijd
achter blijven lopen in groei ten opzichte van hun
leeftijdsgenootjes.
Het kind kan zich dus aanpassen aan de periode van schaarste die
heerst tijdens de zwangerschap. Dit gebeurt ook met betrekking
tot het zuurstofaanbod. Alleen zijn de grenzen hier veel smaller.
Hoewel het kind langere tijd zonder voldoende voedingsstoffen kan
overleven zonder grote schade te ondervinden, geldt dit niet voor
zuurstoftekort. Langdurig zuurstoftekort kan uiteindelijk leiden
tot hersenbeschadiging en in uiterste gevallen tot het overlijden
van het kind.
Door het maken van echo's en uitwendig onderzoek kan er een schatting
worden gemaakt van de groei en voedingstoestand van het kind. Daarnaast
geeft een CTG (hartfilm van het kind) ook een indruk van de conditie
van het kind (en dus indirect van de zuurstofvoorziening). Helaas is
er nog geen methode beschikbaar waarmee met volledige zekerheid kan
worden bepaald hoe de conditie van het kind is en of er moet worden
ingegrepen.
Wanneer bij onderzoek met CTG en echo blijkt dat het
kind zuurstoftekort dreigt te krijgen, kan om die reden besloten
worden dat het kind buiten de baarmoeder beter af is. In dat geval zal,
afhankelijk van verschillende factoren, de
zwangerschap worden beëindigd met een inleiding
of keizersnede.
Bij zwangerschapsvergiftiging is er dus vaak sprake van een
(dreigende) vroeggeboorte. Veel organen zijn dan nog niet rijp. Met
name geldt dit voor longen, hersenen, lever en darmen. Dit kan problemen
opleveren na de geboorte. Om deze reden worden vaak medicijnen gegeven aan
de moeder om met name de longrijpheid te bevorderen. Daarnaast zal de
behandelend arts proberen het tijdstip van de bevalling, zo lang als
het voor moeder en kind veilig is, uit te stellen.