© 2010 academisch ziekenhuis Maastricht |Disclaimer |Privacy Policy |Sitemap

Zwangerschapsvergiftiging en het kind rond de bevalling

Tijdens de bevalling is voor het kind het risico op zuurstoftekort duidelijk aanwezig, hoewel het merendeel van de kinderen die geboren worden met een hersenbeschadiging door zuurstoftekort deze beschadiging niet tijdens de bevalling maar eerder opliepen.

Het kind heeft allerlei mechanismen om zich tegen zuurstoftekort te beschermen. Echter, bij zwangerschapsvergiftiging zijn de reserves van de baby vaak verminderd. Hetzelfde geldt voor de placenta (moederkoek). Daar komt nog bij dat door groeiachterstand en bij vroeggeboorte de navelstreng dunner is en gemakkelijker dichtgeknepen kan worden tijdens de weeën. Dit effect wordt nog eens versterkt door de hoeveelheid vruchtwater, die meestal verminderd is. Bij een verminderde hoeveelheid vruchtwater wordt de navelstreng namelijk ook gemakkelijker dichtgeknepen. Al deze factoren zorgen ervoor dat het risico van zuurstoftekort groter is dan normaal. 

Omdat ook vaak de zwangerschapsduur korter is, en het daardoor moeilijker is om de bevalling in te leiden, zal in veel gevallen gekozen worden voor een keizersnede. Als het echter ook maar enigszins kan, de conditie van kind en moeder het toelaten en er goed en effectief gewaakt wordt over deze conditie, verdient een spontane bevalling altijd de voorkeur. Deze bewaking van de conditie tijdens de bevalling zal meestal bestaan uit het continu registreren van de harttonen met behulp van een CTG. Dit kan,in geval van twijfel aan de conditie, worden aangevuld met echografie en bloedonderzoek van het kind waarbij, vanaf enkele centimeters ontsluiting, bloed kan worden afgenomen via de hoofdhuid van het kind.

De afweging van de manier waarop een bevalling zou moeten plaatsvinden hangt af van veel factoren, zoals de duur van de zwangerschap, het geschatte gewicht van het kind, de conditie van de moeder, de conditie en ligging van het kind, de mogelijkheden binnen het ziekenhuis en het beschikbare personeel. 

Bij veel te kleine kinderen en bij een korte zwangerschapsduur (minder dan 32 weken) wordt besloten de bevalling te laten plaatsvinden in een ziekenhuis met een speciale afdeling voor intensieve zorg voor pasgeborenen, de zogenaamde NICU. Vaak betekent dit dat een vrouw moet worden overgeplaatst naar een ander ziekenhuis, aangezien er in Nederland maar 11 ziekenhuizen met een dergelijke afdeling zijn.