Bij een vroeggeboorte zijn de verschillende organen nog niet uitgerijpt. Zo
levert het ademhalen vaak problemen op, waardoor de pasgeborene kunstmatig
moet worden beademd. Ook de nog niet rijpe darmen kunnen problemen
opleveren. Voeding kan nog niet goed worden opgenomen en dit betekent dat
er voor enige tijd een infuus nodig is. De lever werkt vaak niet goed.
Daardoor kunnen afvalstoffen uit het bloed niet goed worden verwijderd. Men
ziet dit vaak het eerst aan het geel worden van de huid van de baby.
Hiervoor gaan deze kinderen vaak 'onder de lamp'. Een ander
probleem is de onrijpheid van de hersenen. Bij vroeggeboorte bestaat
de kans dat er bloedingen in de hersenen ontstaan. Daarnaast zijn deze
hele kleine kinderen meer vatbaar voor infecties.
Door beschadiging ten gevolge van zuurstoftekort tijdens de zwangerschap en
door vroeggeboorte, complicaties tijdens de bevalling en problemen na
de geboorte kunnen handicaps ontstaan. Deze kunnen licht en van
voorbijgaande aard zijn, zoals een achterstand in de ontwikkeling, maar ze
kunnen ook groter en blijvend zijn (zoals spasticiteit). Hierover bestaan
inmiddels veel gegevens. In Nederland is op dit gebied vooral onderzoek
gedaan door het Universitair Medische Centrum Leiden op de afdeling
neonatologie (POPS studie)
In hun eerste levensjaren, maar wellicht ook later nog komen aandoeningen
als allergieën en luchtwegproblemen vaker voor.Voor meisjes geldt dat zij
een grotere kans hebben om zelf tijdens de zwangerschap
zwangerschapsvergiftiging te krijgen. Het is vooral tijdens de
zwangerschap heel moeilijk, zoniet onmogelijk, om te voorspellen wat een
kind zal overhouden aan de gevolgen van zwangerschapsvergiftiging. Een feit
is, helaas, dat er toch een aantal kinderen blijvende gevolgen overhoudt
aan de problemen tijdens de zwangerschap.
Meer informatie over vroeggeboorte vindt u op: www.kenniscentrumprematuren.nl.