Zwangerschapsvergiftiging treedt meestal op ná de 22-24e week van de
zwangerschap, hoewel, in uitzonderingsgevallen, ook wel eens eerder. Het is
niet ongewoon dat klachten pas na de bevalling ontstaan. Zelfs bij
vrouwen die vóór de bevalling geen klachten hadden, kunnen na de bevalling
ernstige klachten ontstaan waardoor ze alsnog ernstig ziek worden. In het
algemeen stelt men dat 48 tot 72 uur na de bevalling de kans op het
ontstaan van pre-eclampsie, HELLP syndroom en eclampsie is verdwenen.
De klachten die optreden zijn wisselend. Sommige vrouwen merken er weinig
van, anderen hebben juist veel klachten. Klachten die horen bij
zwangerschapsvergiftiging zijn hoofdpijn, misselijkheid, vlekjes zien,
wazig zien, tintelingen, een pijnlijk gespannen gevoel boven in de buik
(bandgevoel) en het opzwellen van vingers, enkels en andere delen van
het lichaam door het vasthouden van vocht. Bij ernstige vromen
van zwangerschapsvergiftiging kunnen stuipen (eclampsie) bij de moeder
optreden.
De klachten worden meestal veroorzaakt wanneer organen als gevolg van
zwangerschapsvergiftiging niet meer goed functioneren. Zo komen
bijvoorbeeld de vochtophopingen tot stand doordat bloedvaten meer
doorlaatbaar (poreus) worden, waardoor meer vocht uit de bloedvaten kan
weglekken en zich ophoopt in de weefsels van bijvoorbeeld enkels,
vingers of gezicht.
Omdat ook de bloedvaten van de nieren poreuzer zijn geworden, kan
teveel eiwit weglekken naar de urine. Bij laboratoriumonderzoek van de
urine zal men dan ook een verhoogde uitscheiding van eiwit aantreffen.
Daarnaast kan bloedonderzoek het minder goed functioneren van nieren
en lever aantonen. Deze laboratoriumtesten zullen dan ook vaak worden
uitgevoerd om na te gaan hoe ernstig de situatie is. Bij
zwangerschapsvergiftiging bestaat de kans dat de bloedstolling extra wordt
geactiveerd. Ook dit laatste is in het bloed te meten.
Een ander gevolg van zwangerschapsvergiftiging is dat de placenta
(moederkoek) minder goed doorbloed wordt, waardoor de baby minder
voedingsstoffen en zuurstof krijgt. Als gevolg hiervan zal de baby minder
vaak en minder heftig gaan bewegen. Een zwangere vrouw zal dit merken. Elke
baby heeft zijn eigen manier van bewegen en niet elke baby zal even vaak
bewegen. Ook de plaats van de placenta zal invloed hebben op hoe goed
de moeder de baby kan voelen bewegen. De meeste zwangere vrouwen weten hoe
hun baby beweegt en als dit patroon verandert is dat een reden voor
ongerustheid. Hoewel de baby ook gewoon kan slapen, is een ongewone
verandering van de bewegingen toch een verschijnsel dat serieus genomen
moet worden. Bij twijfel is het daarom aan te raden contact op te nemen
met de verloskundige, huisarts of gynaecoloog. Minder bewegen door de
baby kan namelijk een teken van een (dreigend) tekort aan zuurstof
zijn.
Een zeldzame maar gevaarlijke complicatie van zwangerschapsvergiftiging kan
het loslaten van de placenta zijn. Als dit optreedt wordt de
zuurstofvoorziening van de baby acuut bedreigd en kan het kind overlijden.
Bij zo'n loslating treden soms, maar lang niet altijd, de volgende klachten
op: vaginaal bloedverlies, buikpijn, heftige weeën of harde buiken die snel
achter elkaar optreden of zelfs helemaal niet stoppen (de buik kan dan als
een plank aanvoelen). Soms wordt dit vooraf gegaan door een periode waarin
de vrouw de baby niet of veel minder voelt bewegen. Omdat een loslating van
de moederkoek een zeer bedreigende situatie is, is het raadzaam om bij
deze verschijnselen contact op te nemen met de verloskundige, huisarts
of gynaecoloog.
Nogmaals, niet elke zwangere vrouw heeft dezelfde klachten. Vooral als er
klachten optreden die niet duidelijk bij zwangerschapsvergiftiging horen,
kan het voorkomen dat men in eerste aan een andere aandoening denkt of de
klachten als 'normaal bij de zwangerschap' vindt horen.