Gedurende de zwangerschap vinden er namelijk een aantal veranderingen in
het lichaam van de vrouw plaats. De hoeveelheid bloed zal toenemen, het
hart zal krachtiger pompen en de bloedvaten zullen verwijden om de
toegenomen hoeveelheid bloed te kunnen laten passeren. Deze veranderingen
beginnen al snel nadat er bevruchting heeft plaatsgevonden. Met het
follow-up onderzoek proberen we deze aanpassing te volgen door een aantal
metingen te verrichten.
De eerste meting vindt plaats vlak voor de zwangerschap. Dat betekent
dat we, zodra er een concrete zwangerschapswens is, een meting
uitvoeren. De eerste meting noemen we de nulmeting. Deze meting geeft de
beginsituatie aan. Volgende metingen (in de zwangerschap) kunnen we dan
goed vergelijken met de nulmeting. Mocht de zwangerschap lang op zich laten
wachten ( meer dan een jaar), kan worden bekeken of een nieuwe nulmeting
nodig is. In de zwangerschap meten we bij acht, twaalf, zestien en twintig
weken. Soms wordt er gekozen voor slechts één meting in de zwangerschap,
namelijk bij twaalf weken, wanneer de metingen gericht zijn op
medicatiecontrole. De nulmeting vindt altijd plaats.
We weten dat al deze metingen en ritten naar het ziekenhuis een belasting
zijn voor de zwangere vrouw en vaak ook voor de partner. Daarom proberen we
standaardcontroles (echo's bij acht, twaalf en twintig weken en
nekplooimeting bij twaalf weken) te combineren met de metingen. a de
nulmeting en de meting bij 8 weken zwangerschap bespreekt de nurse
practitioner de uitslagen en eventuele benodigde medicatie. Vanaf de meting
bij 12 weken zwangerschap vindt er een gesprek met de gynaecoloog plaats
waarin de aanpassing aan de zwangerschap wordt besproken. Wanneer blijkt
dat de aanpassing niet naar verwachting verloopt, kan de gynaecoloog
medicatie (bijvoorbeeld vaatverwijders) voorschrijven. Na twintig weken
wordt gekeken hoe het met de zwangerschap gaat. Hoewel er na
twintig weken niet meer wordt gemeten, blijft goede begeleiding van de
verdere zwangerschap wel belangrijk. In sommige gevallen kan, wanneer de
patiënte van ver komt, worden overwogen om de zwangerschap in de eigen
regio door de eigen gynaecoloog te laten vervolgen. De gynaecoloog in de
eigen regio ontvangt dan een brief waarin de vorderingen tot dan toe worden
beschreven. Deze brief wordt zonodig voorzien van een aantal
(medicamenteuze) adviezen.