© 2010 academisch ziekenhuis Maastricht |Disclaimer |Privacy Policy |Sitemap

Follow-up

Wanneer het (herhalings)risico op pre-eclampsie of HELLP verhoogd lijkt te zijn, is het belangrijk de aanpassing van het moederlijke lichaam aan de zwangerschap te volgen.Hiervoor bieden we het 'follow-up' onderzoek aan.

Gedurende de zwangerschap vinden er namelijk een aantal veranderingen in het lichaam van de vrouw plaats. De hoeveelheid bloed zal toenemen, het hart zal krachtiger pompen en de bloedvaten zullen verwijden om de toegenomen hoeveelheid bloed te kunnen laten passeren. Deze veranderingen beginnen al snel nadat er bevruchting heeft plaatsgevonden. Met het follow-up onderzoek proberen we deze aanpassing te volgen door een aantal metingen te verrichten.

De eerste meting vindt plaats vlak voor de zwangerschap. Dat betekent dat we, zodra er een concrete zwangerschapswens is, een meting uitvoeren. De eerste meting noemen we de nulmeting. Deze meting geeft de beginsituatie aan. Volgende metingen (in de zwangerschap) kunnen we dan goed vergelijken met de nulmeting. Mocht de zwangerschap lang op zich laten wachten ( meer dan een jaar), kan worden bekeken of een nieuwe nulmeting nodig is. In de zwangerschap meten we bij acht, twaalf, zestien en twintig weken. Soms wordt er gekozen voor slechts één meting in de zwangerschap, namelijk bij twaalf weken, wanneer de metingen gericht zijn op medicatiecontrole. De nulmeting vindt altijd plaats.

We weten dat al deze metingen en ritten naar het ziekenhuis een belasting zijn voor de zwangere vrouw en vaak ook voor de partner. Daarom proberen we standaardcontroles (echo's bij acht, twaalf en twintig weken en nekplooimeting bij twaalf weken) te combineren met de metingen. a de nulmeting en de meting bij 8 weken zwangerschap bespreekt de nurse practitioner de uitslagen en eventuele benodigde medicatie. Vanaf de meting bij 12 weken zwangerschap vindt er een gesprek met de gynaecoloog plaats waarin de aanpassing aan de zwangerschap wordt besproken. Wanneer blijkt dat de aanpassing niet naar verwachting verloopt, kan de gynaecoloog medicatie (bijvoorbeeld vaatverwijders) voorschrijven. Na twintig weken wordt gekeken hoe het met de zwangerschap gaat. Hoewel er na twintig weken niet meer wordt gemeten, blijft goede begeleiding van de verdere zwangerschap wel belangrijk. In sommige gevallen kan, wanneer de patiënte van ver komt, worden overwogen om de zwangerschap in de eigen regio door de eigen gynaecoloog te laten vervolgen. De gynaecoloog in de eigen regio ontvangt dan een brief waarin de vorderingen tot dan toe worden beschreven. Deze brief wordt zonodig voorzien van een aantal (medicamenteuze) adviezen.